In deze zaak gaat het om een langdurig geschil tussen twee broers over de beëindiging van hun samenwerking in een agrarisch bedrijf. De broers hebben in 2015 een overeenkomst gesloten voor een deskundigenprocedure tot vaststelling van de koopprijs, maar er zijn verschillende geschillen ontstaan die hebben geleid tot meerdere juridische procedures. Het hof heeft te maken met een verzoek van de verzoeker om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen, terwijl de verweerder dit verzoek afwijst op basis van verschillende bezwaren, waaronder misbruik van bevoegdheid en strijd met de goede procesorde.
De broers zijn in 2010 een vennootschap onder firma aangegaan met als doel jongvee op te fokken. Door een mishandeling in 2015 is de verhouding tussen hen verstoord, wat heeft geleid tot de wens om de vennootschap te beëindigen. In juli 2015 hebben zij afspraken gemaakt over de beëindiging van de vennootschap, maar er zijn geschillen ontstaan over de uitvoering van deze afspraken. De rechtbank Overijssel heeft in een eerdere procedure bepaald dat de verzoeker een deskundige moet aanwijzen voor de waardebepaling van de onderneming.
Het hof heeft in deze beschikking geoordeeld dat het verzoek van de verzoeker tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht niet toewijsbaar is, omdat de vennootschap inmiddels is ontbonden en het hof de toedeling en vereffening aan zich houdt. De verzoeker heeft geen voldoende belang meer bij het verzoek, waardoor het hof dit afwijst. De zaak betreft een zakelijk geschil tussen de broers, waarbij de proceskosten voor de verzoeker worden vastgesteld.