Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag BPM van € 1.568 wegens een onjuiste CO2-uitstoot in de aangifte. Hij had bij de aangifte een lagere CO2-uitstoot van 162 gr/km opgegeven, terwijl de RDW 186 gr/km vaststelde. De naheffingsaanslag is gebaseerd op een hogere CO2-uitstoot, wat leidt tot een hogere historische BPM en een aangepaste afschrijving.
Belanghebbende betoogt dat de afschrijving berekend moet worden op basis van de BPM die hoort bij de hogere CO2-uitstoot, en niet op de lagere BPM die hij aanvankelijk gebruikte. De Inspecteur stelt dat een hogere CO2-uitstoot doorgaans leidt tot een hogere handelsinkoopwaarde, waardoor de afschrijving niet zomaar kan worden verminderd zonder bewijs.
Het hof oordeelt dat de historische nieuwprijs moet worden gebaseerd op de BPM van de te registreren auto met de juiste CO2-uitstoot. Daarnaast moet bij het bepalen van de handelsinkoopwaarde rekening worden gehouden met de hogere CO2-uitstoot, die doorgaans een waardeverhogende invloed heeft. Belanghebbende is niet geslaagd in zijn bewijs dat de afwijkende CO2-uitstoot geen invloed heeft op de handelsinkoopwaarde.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de naheffingsaanslag gehandhaafd. Het hof wijst een vergoeding van griffierecht en proceskosten af.