Uitspraak
Cogas Zuid,
1.[geïntimeerde1] ,
4. [geïntimeerde4],
[geïntimeerden] c.s.en ieder afzonderlijk
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerde3]en
[geïntimeerde4],
1.Het verloop van de procedure bij het hof
In een brief van 30 september 2025 aan het hof heeft de advocaat van [geïntimeerden] c.s. het hof meegedeeld dat hij die dag tot zijn verrassing had vernomen dat Cogas Zuid producties in het geding had gebracht, maar dat hij die producties niet heeft ontvangen. Hij maakt, met een beroep op artikel 4.5 van het procesreglement en artikel 87 lid 6 Rv, bezwaar tegen het in behandeling nemen van deze producties.
Nadat de advocaat van Cogas Zuid in een e-mail van 30 september 2025 aan het hof liet weten dat hij in de veronderstelling was dat de akte met producties ook aan de advocaat van [geïntimeerden] c.s. verzonden was en dat deze stukken nogmaals waren verstuurd, schreef laatstgenoemde het hof in een e-mail van 3 oktober 2025 dat hij zijn bezwaar tegen de producties handhaafde.
2.De kern van de zaak
2.3 Het hof zal over een aantal geschilpunten knopen doorhakken en partijen op enkele punten in de gelegenheid stellen bewijs te leveren. Dit wordt hierna uitgelegd. Het hof zal eerst de relevante feiten vaststellen [2] en daarna de standpunten van partijen bespreken [3] . De bezwaren (grieven) van Cogas Zuid tegen het vonnis van de rechtbank zullen daarbij thematisch worden behandeld.
3. De vaststaande feitenBetrokken partijen3.1 Cogas Zuid is een totaalinstallateur in de tuinbouw. Zij verzorgt de volledige technische installatie voor tuinbouwbedrijven en het ontwerp, de bouw en de inrichting van kassen.
Cogas Zuid was vanaf de oprichting in 2015 van die vennootschap tot 31 maart 2022 enig aandeelhouder en bestuurder van C-Grow B.V. (hierna: C-Grow), dat zich bezig houdt met ’high tech city farming’, daglichtloze teelt. Vanaf 31 maart 2022 is Cogas Climate Control B.V., de moedermaatschappij van Cogas Zuid, ook enig aandeelhouder en bestuurder van C-Grow en zijn C-Grow en Cogas Zuid dus zustervennootschappen.
Cogas Korea B.V. (hierna: Cogas-Korea) richt zich in het bijzonder op commerciële activiteiten in Zuid-Korea. Cogas Zuid is enig bestuurder en aandeelhouder van Cogas Korea. Cogas Zuid, C-Grow en Cogas Korea zullen hierna tezamen ook wel worden aangeduid als Cogas c.s..
3.2 [geïntimeerde1] is bestuurder en aandeelhouder van [geïntimeerde2] , dat zich volgens de omschrijving in het Handelsregister richt op de installatie van verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur en op activiteiten op het gebied van organisatieadvies.
3.3 [geïntimeerde3] was van 1 oktober 2015 tot en met 1 juli 2022 in loondienst bij C-Grow als calculator/werkvoorbereider. Hij heeft een eenmanszaak, [naam1] , die zich volgens het Handelsregister bezighoudt met ingenieurs en overig technisch ontwerp en advies en met technisch tekenontwerp.
3.4 [geïntimeerde4] was van 1 juli 1988 tot en met 31 oktober 2020 bij Cogas Zuid in loondienst als elektro- en watertechnisch adviseur en verkoper. Hij hield zich in die functie veel bezig met de activiteiten van Cogas c.s. in Zuid-Korea.
Overeenkomsten3.5 Cogas Zuid en [geïntimeerde2] hebben op 7 juli 2015 een schriftelijk vastgelegde overeenkomst van opdracht gesloten. De overeenkomst is aangegaan voor de duur van zes maanden, maar is daarna voortgezet. Volgens artikel 1.2 van deze overeenkomst verricht [geïntimeerde2] de volgende werkzaamheden voor Cogas Zuid:
“(…)opzetten, ontwikkelen en uitbouwen van de markt voor C-Grow projecten. In het bijzonder zoekt hij nieuwe klanten en verzorgt het ontwerp en verkoop van technische systemen. Hij zorgt met ondersteuning van het projectbureau ervoor dat er offertes worden opgesteld die technisch haalbaar en commercieel doeltreffend zijn.”
De werkzaamheden worden drie tot vier dagen per week uitgevoerd (artikel 1.3).
De overeenkomst bevat een geheimhoudingsbeding (artikel 8) en een concurrentie- en relatiebeding (artikel 10), waaraan een boetebeding (een direct opeisbare boete van
€ 10.000,- per overtreding, te vermeerderen met € 1.000,- per dag dat de overtreding voortduurt) is gekoppeld. Het concurrentiebeding (artikel 10 lid 1) luidt als volgt:
“
Het is opdrachtnemer verboden ge[d]urende de looptijd van deze overeenkomst al dan niet
Het relatiebeding (artikel 10 lid 2) luidt als volgt:
“
Het is opdrachtgever verboden om binnen 2 jaar na het einde van deze overeenkomst zonder schriftelijke toestemming van opdrachtgever relaties, leveranciers of klanten van opdrachtgever direct dan wel indirect te benaderen of met hen op welke wijze dan ook contacten te onderhouden, teneinde te bewerkstelligen dat deze relaties, leveranciers of klanten buiten opdrachtgever om zaken met opdrachtgever of met derden doen die op het terrein liggen waarop opdrachtgever werkzaam is en mitsdien een concurrerende activiteit vormen voor opdrachtgever.”
De overeenkomst tussen partijen is per 1 juni 2022 beëindigd. Cogas Zuid heeft de overeenkomst schriftelijk opgezegd. [geïntimeerde2] heeft zich bij deze opzegging neergelegd.
“
Het is de werknemer niet toegestaan, anders dan met schriftelijke toestemming van de werkgever, voor zichzelf, dan wel ten behoeve van derden arbeid te verrichten, welke concurrerend is te achten voor de onderneming van werkgever.”
Op 29 maart 2022 hebben [geïntimeerde3] en zijn leidinggevenden van C-Grow een gesprek gehad over de door [geïntimeerde3] in [naam1] verrichte nevenactiviteiten. Van dat gesprek is een door [geïntimeerde3] voor akkoord ondertekend verslag gemaakt. Volgens het verslag heeft [geïntimeerde3] verteld dat hij vanuit zijn onderneming “
technische tekenontwerpen maakt voor en adviezen geeft aan een voormalige collega.” De leidinggevenden spraken [geïntimeerde3] er op aan dat hij zonder dat vooraf te melden met deze activiteiten was gestart en gaven aan dat zijn activiteiten “
in de basis concurrerend” waren met hun activiteiten. Ondanks “
deze overtreding” was C-Grow bereid [geïntimeerde3] onder voorwaarden toestemming te geven “
voor de hiervoor benoemde nevenwerkzaamheden” . Een van deze voorwaarden luidde als volgt:
“
De nevenwerkzaamheden mogen op geen enkele wijze een (nadelig) effect hebben op de
C-Grow en [geïntimeerde3] hebben op zeker moment de arbeidsovereenkomst in onderling overleg beëindigd.
3.7 Ook de arbeidsovereenkomst tussen Cogas Zuid en [geïntimeerde4] bevat een non-concurrentiebeding. [geïntimeerde4] heeft tegen de opname van het beding in de schriftelijke arbeidsovereenkomst geprotesteerd en heeft het beding ook doorgehaald. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst tussen partijen hebben zij enkele afspraken gemaakt, die schriftelijk zijn vastgelegd. Partijen hebben onder meer het volgende afgesproken:
“- Concurrentie beding is getekend in 2000. Het is getekend onder protest, waarin dit
Aansluitend aan de arbeidsovereenkomst bij Cogas Korea is [geïntimeerde4] bij [naam2] Installatietechniek B.V. in dienst getreden.
4 april 2023 voor weerwoord aan (de advocaat van) [geïntimeerden] c.s. was voorgelegd. In het rapport worden de onderzoeksvragen als volgt omschreven:
“
1. Stel vast of [geïntimeerde1] zich schuldig heeft gemaakt aan onregelmatigheden bij de
- Vraag 1:
“
• Uit de onderzochte casussen is gebleken dat [geïntimeerde1] (via [geïntimeerde2] ) vergoedingen en
- Vraag 2:
“
Volgens het liquiditeitsoverzicht van [geïntimeerde2] zou [geïntimeerde1] voor € 1.279.994,41 hebben
- Vraag 3:
“
Uit het onderzoek is gebleken dat [geïntimeerde1] nauw samenwerkt met [geïntimeerde3] . Een groot deel van de commissies en vergoedingen die [geïntimeerde2] ontvangt, wordt overgemaakt aan [geïntimeerde3] 's [naam1] .
Ebben heeft voor haar werkzaamheden € 52.526,42 exclusief btw in rekening gebracht.
4.Het oordeel van het hof
4.2 Onder omstandigheden kan van een gedaagde partij zoals [geïntimeerden] c.s. gevergd worden dat zij haar stellingen extra motiveert, in die zin dat zij bij haar betwisting van de stellingen voldoende feitelijke gegevens verstrekt (‘verzwaarde motiveringsplicht’). De verzwaarde motiveringsplicht betreft de verplichting van een gedaagde partij om in het kader van zijn voldoende gemotiveerde betwisting, de eisende partij nadere feitelijke gegevens of aanknopingspunten te verschaffen ten behoeve van diens bewijslevering. Daarvoor is wel ten minste noodzakelijk dat de stellingen van de eisende partij (in dit geval Cogas Zuid) voldoende onderbouwd en concreet zijn en steun bieden voor de veronderstelling dat door de gedaagde partij (in dit geval [geïntimeerden] c.s.) over de desbetreffende gegevens wordt beschikt. Met het oog op het daadwerkelijk verschaft worden van de hiervoor bedoelde gegevens en aanknopingspunten kan het hof desgewenst jegens de gedaagde partij gebruik maken van de hem in artikel 22 Rv gegeven bevoegdheid partijen te bevelen op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Als het hof daar geen reden voor ziet, ligt daarin het oordeel besloten dat ook niet is voldaan aan de vereisten voor toewijzing van de voorwaardelijk incidentele vordering op grond van artikel 843a Rv (oud).
- nagenoeg - nagelaten voor betalingen van Connect2Cleanrooms, SBZ, [naam2] , York, Festia en Post Luchtkanalen. Zij baseert haar vordering betreffende deze betalingen alleen op het feit dat ze in de liquiditeitenoverzichten vermeld staan en op correspondentie tussen [geïntimeerde2] tussen de desbetreffende leveranciers en klanten.
jij ons de opdracht van Cogas Climate Controle bezorgde”. Volgens Schama is dat “
een vrij gebruikelijke manier van werken”. [naam6] betaalt aan meer partijen provisie. “
In die zin vinden we het dan ook volstrekt gebruikelijk dat jij dit zo hebt gedaan.”
[naam10] schrijft niet dat zijn bedrijf ook vaker provisies betaalt aan opdrachtnemers (of werknemers) van haar afnemers voor transacties die zij met die afnemer aangaat.
4.19 Cogas Zuid maakt ten aanzien van de ontvangen provisies echter niet alleen aanspraak op vergoeding van haar eigen schade, maar ook op vergoeding van de door C-Grow geleden schade, zulks op basis van de aan haar door C-Grow gecedeerde vordering tot schadevergoeding. (Bij Cogas Zuid is geen sprake van een op de ontvangst van provisies gebaseerde vordering). Met C-Grow heeft [geïntimeerde2] echter geen overeenkomst van opdracht, zodat zij haar vordering niet op een toerekenbare tekortkoming kan baseren. Cogas Zuid stelt dat [geïntimeerde2] jegens C-Grow onrechtmatig heeft gehandeld door provisies te ontvangen betreffende overeenkomsten tussen C-Grow en haar leveranciers of afnemers.
[naam5]. Partijen verschillen van mening over het bedrag dat [geïntimeerde2] van [naam5] heeft ontvangen. Volgens Cogas Zuid heeft [geïntimeerde2] € 100.851,55 van [naam5] ontvangen, € 89.625,57 waarvan een deel is betaald aan haar (toenmalige bestuurders), en daarnaast € 11.225,98. [geïntimeerden] c.s. bestrijden dat zij meer dan de genoemde € 89.625,57 van [naam5] hebben ontvangen. Het hof gaat van dit laatste bedrag uit, omdat Cogas Zuid haar stelling dat [geïntimeerde2] meer heeft ontvangen slechts heeft onderbouwd met een verwijzing naar het liquiditeitenoverzicht. Cogas Zuid heeft niets aangevoerd waaruit volgt dat er andere transacties tussen haar en [naam5] hebben plaatsgevonden waarop de betaling van (in totaal) € 11.225,98 betrekking kan hebben.
Zoals hiervoor al is overwogen heeft Cogas Zuid betreffende de wel vaststaande transactie tussen haar en [naam5] in verband waarmee [geïntimeerde2] provisies heeft ontvangen niets te vorderen. Voor zover de vorderingen van Cogas Zuid betrekking hebben op [naam5] zijn ze dan ook niet toewijsbaar.
[naam4] /Waldis Swiss AGontvangen. Het bedrag is in de periode februari tot en met juni 2022 in vier termijnen door [geïntimeerde2] in rekening gebracht. Volgens het liquiditeitenoverzicht betreffen de termijnen het project Grow Motion 1.0. In februari 2022 kwam betreffende dat project ook een overeenkomst tot stand tussen Waldis Swiss AG en C-Grow als leverancier betreffende de levering van een installatie voor medicinale cannabis voor een prijs van € 1.830.775,-.
14 februari 2022. Dat de beide overeenkomsten met elkaar te maken hebben, lijken [geïntimeerden] c.s. ook niet (meer) te ontkennen. In de memorie van antwoord (nr. 2.99) hebben zij immers aangegeven: “
De offerte die Cogas heeft uitgebracht heeft Waldis met 7,5% winstmarge aan de klant voorgelegd. Vanuit die 7,5% heeft Waldis besloten om aan [geïntimeerde1] een bedrag van€ 11.232,50 te betalen.” Ook [geïntimeerden] c.s. zien kennelijk een verband tussen beide overeenkomsten. In dat licht kan het hof de door [geïntimeerden] c.s. overgelegde e-mail van [naam4] aan [geïntimeerde1] van 20 februari 2022niet goed plaatsen. In deze e-mail schrijft Waldis dat de overeenkomst tussen Waldis Swiss en [geïntimeerde2] “
nichts mit Cogas Zuid / C-Grow zu tun hat.” De verklaring van [naam4] dat de overeenkomst tussen hem/zijn vennootschap en [geïntimeerde2] “
nichts zu tun hat” met de overeenkomst tussen Waldis Swiss en C-Grow is dan ook onjuist.
Dat ‘legt ook een hypotheek’ op de geloofwaardigheid van de volgende zin in de genoemde e-mail: “
Diese Abmachung stellt zudem keinen Nachteil für die Gewinnmarge von Cogas Zuid / C-Grow dar”, waarop [geïntimeerden] c.s. zich beroepen. Als de eerste nogal stellig geformuleerde bewering van [naam4] , dat de beide overeenkomsten niets met elkaar te maken hebben onjuist is, rijst de vraag waarom de volgende even stellig geformuleerde bewering wel juist zou zijn.
Het hof kent er om die reden weinig gewicht aan toe.
Je moet oppassen dat je de provisie niet te hoog doet. Anders kom je prijstechnisch niet uit in de eindprijs. De klant kan via de prijzen van andere leveranciers zien dat er te veel provisie is gerekend.” Ten slotte vindt het hof het niet geloofwaardig dat Waldis Swiss van de begrote winstmarge op het project van (7,5% van € 1.830.775,- =) € 137.308,13 het leeuwendeel (€ 113.232,50, dus ruim 82%) zou willen besteden aan provisie. Dat zou vanuit bedrijfseconomische optiek immers een onverantwoorde keuze zijn. Het verweer van [geïntimeerden] c.s. dat C-Grow geen schade heeft geleden is dan ook onvoldoende onderbouwd.
- Uit wat hiervoor in 4.27 is overwogen over de concrete wijze van schadebegroting volgt dat de schade zich op deze wijze niet gemakkelijk ‘concreet’ laat begroten; het is niet gemakkelijk om te voorspellen hoe de onderhandelingen tussen C-Grow en Waldis Swiss zouden zijn verlopen wanneer [geïntimeerde2] geen provisie zou hebben bedongen. De goede en kwade kansen laten zich in dit geval niet gemakkelijk afwegen, waardoor het lastig is de hypothetische situatie te benaderen;
- De aard van de schade (zuivere vermogensschade) in combinatie met de aard van de normschending (schending van een ‘economische’ norm) leent zich goed voor toepassing van schadebegroting door winstafdracht.
winstafdracht. Die winst kan zoals gezegd worden bepaald door op de ontvangen provisie in mindering te brengen de kosten die [geïntimeerde2] heeft gemaakt om de provisie te verwerven. [geïntimeerden] c.s. hebben een overzicht (met onderliggende facturen) overgelegd betreffende in 2022 gemaakte kosten. [11] Het gaat vooral om reiskosten (vliegtickets, parkeerkosten, taxi’s en huurauto’s) van, naar en in Zwitserland en om verblijfkosten (hotels en restaurants). Het overzicht is gerangschikt per kwartaal en sluit op een totaalbedrag van € 3.585,71 + € 8.311,17 + € 3.984,50 + € 1.574,04 =
€ 17.455,42.
Volgens Cogas Zuid voeren [geïntimeerden] c.s. in het overzicht kosten op voor door haar vergoede reizen. Zij wijst erop dat [geïntimeerde2] een hogere vergoeding ontving voor werk in het buitenland. In het overzicht van [geïntimeerden] c.s. staan reizen waarvoor de vliegtickets door haar zijn vergoed. Het gaat om reizen van en naar Zwitserland van 13 en 14 januari 2022,
27 en 28 januari 2022 en 7 tot en met 9 februari 2022. [12] Het hof stelt vast dat de vliegtickets betreffende deze reizen niet in het overzicht staan vermeld, alleen de upgrade naar businessclass. Omdat niet is weersproken dat [geïntimeerde2] voor deze reizen de hogere vergoeding voor werken in het buitenland heeft ontvangen, gaat het hof ervan uit dat [geïntimeerde2] de extra kosten vanwege verblijf in Zwitserland uit die hogere vergoeding heeft kunnen betalen. Om die reden zal het hof de kosten voor het eerste kwartaal buiten beschouwing laten. Ten aanzien van de kosten betreffende de volgende kwartalen heeft Cogas Zuid niet aannemelijk gemaakt dat zij die kosten heeft voldaan. In dit verband merkt het hof op dat de overeenkomst tussen partijen ook per 1 juni 2022, dus in de loop van het tweede kwartaal, is beëindigd. Het hof gaat er dan ook vanuit dat [geïntimeerde2] € 17.455,42 -/- € 3.585,71 = € 13.869,71 aan kosten heeft gemaakt ten behoeve van het verkrijgen van provisie.
Dat betekent dat uitgegaan kan worden van een winst van € 113.232,50 -/- € 13.869,71 =
€ 99.362,79.
[naam6]in verband met een opdracht aan [naam6] ten behoeve van het project voor Waldis Swiss. Ook als ten aanzien van deze provisie sprake is van aansprakelijkheid van [geïntimeerde2] geldt dat de vordering van Cogas Zuid niet toewijsbaar is. De reden daarvan is dat niet aannemelijk is dat C-Grow door deze provisiebetaling schade heeft geleden. [geïntimeerden] c.s. hebben gesteld dat de kosten van [naam6] begrepen waren in de offerte aan Waldis Swiss. De kosten zijn dus ‘één op één’ doorgezet naar Waldis Swiss. Wanneer de kosten van [naam6] vanwege de provisiebetaling hoger zijn geworden, heeft C-Grow deze hogere kosten kunnen afwentelen op Waldis Swiss, aldus [geïntimeerden] c.s. Het hof vindt dit - overigens niet (voldoende) door Cogas Zuid weersproken - verweer van [geïntimeerden] c.s. steekhoudend. De vordering van Cogas Zuid stuit er op af.
Cogas c.s., die Cogas c.s. zelf in opdracht van die klanten had kunnen verrichten. Zij hebben op die manier een ‘shop-in-shop’ geëxploiteerd en Cogas c.s. daarmee schade berokkend, doordat zij voor zichzelf omzet hebben gerealiseerd die toekwam aan Cogas c.s. Zij hebben de werkzaamheden die daarmee gemoeid waren bovendien met tijd en middelen van Cogas c.s. verricht, aldus Cogas Zuid.
Wat [geïntimeerde3] betreft is van belang dat het [geïntimeerde3] niet verboden was om werkzaamheden voor anderen te verrichten. Hij mocht alleen geen werkzaamheden verrichten die concurrerend waren voor C-Grow, zijn werkgever (zie 3.6). Als goed werknemer diende hij wel rekening te houden met de belangen van C-Grow. [16]
€ 52.215,- van Cannerald ontvangen voor werkzaamheden (in de visie van [geïntimeerden] c.s. pre-engineeringswerkzaamheden) die [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] hebben verricht en ten onrechte buiten Cogas c.s. om bij de desbetreffende klant in rekening hebben gebracht. Volgens [geïntimeerden] c.s. heeft alleen het project Magia Investment een positieve opbrengst gehad en kan het andere project om die reden buiten beschouwing blijven.
€ 49.250,- (in totaal dus € 52.215,-) hebben ontvangen van Cannerald op basis van door [geïntimeerde2] verzonden facturen en dat deze facturen en betalingen betrekking hadden op het project Grow Motion 2.0. Dat project is uiteindelijk niet doorgegaan. Om die reden is de factuur van € 49.250,- gecrediteerd. Het al door Cannerald betaalde bedrag heeft [geïntimeerde2] terugbetaald. Tegenover de factuur van € 2.965,- staat een factuur van € 2.645,62 van PCS, die [geïntimeerde2] heeft moeten betalen. Per saldo hebben [geïntimeerden] c.s. (nagenoeg) niets aan het project Grow Motion 2.0 overgehouden. Als de pre-engineeringswerkzaamheden voor dat project bij Cogas c.s. ondergebracht had moeten worden, zouden Cogas c.s. er ook geen opbrengst van hebben gehad, zodat zij door de handelwijze van [geïntimeerden] c.s. feitelijk dus geen schade hebben geleden, aldus [geïntimeerden] c.s.
Pre-engineering drawings for project plant factory in Kumanova Macedonia” voor € 47.500,-. De offerte was een reactie op een verzoek van [naam11] om een offerte. Dat verzoek was gericht aan het e-mailadres van [geïntimeerde1] bij Cogas Zuid. De offerte is naar [naam11] verstuurd van het e-mailadres van [geïntimeerde1] in privé, maar was door [geïntimeerde1] opgesteld binnen de ‘Cogas-omgeving’. [geïntimeerde1] heeft de offerte eerst vanaf zijn Cogas Zuid e-mailadres verstuurd naar zijn privémailadres. In de koptekst van de offerte staat vermeld “
Cogas Climate Control”. [geïntimeerde2] heeft op 9 juli 2020 een opdrachtbevestiging verstuurd en vervolgens het overeengekomen bedrag ook gefactureerd en ontvangen.
4.49 Op 14 juli 2020 vroeg [geïntimeerde1] aan een medewerker van Cogas Zuid om voor het project een dossier aan te maken. Vanaf 20 juli 2020 tot 9 maart 2021 hebben zowel [geïntimeerde1] als [geïntimeerde3] uren geschreven op dit dossier met als omschrijving calculeren ( [geïntimeerde1] en [geïntimeerde3] ) en verkoop (alleen [geïntimeerde1] ). Op 30 september 2020 heeft C-Grow in het project een offerte uitgebracht voor het installeren van klimaatkassen voor ruim drie miljoen euro. De offerte heeft niet geleid tot een opdracht.
Al met al is naar het oordeel van het hof voldoende aannemelijk geworden dat [geïntimeerden] c.s. werkzaamheden hebben verricht voor klanten van Cogas c.s. die verband hielden met en/of in het verlengde lagen van opdrachten van die klanten aan Cogas c.s.
Bij deze stand van zaken kan het debat van partijen over de precieze inhoud van allerlei projecten (en of daar sprake was van pre-engineering en/of de teelt van medicinale cannabis) verder onbesproken blijven.
“
I remember that Daisen ordered the project (PJ543) to [naam2] for the following reasons.1. Daisen wanted to make a contract with a company where [geïntimeerde4] [hof: [geïntimeerde4] ] was.2. Cogas said they can not keep the delivery time which is requested by Daisen.The above two reasons are what I heard in some video meetings, but infortunately, there are no meeting minutes.”
Deze verklaring biedt steun aan het verweer van [geïntimeerden] c.s. dat het de eigen keuze van Green Plus/Daisen was om niet met Cogas Korea, maar met [naam2] Agro in zee te gaan en dat [geïntimeerde4] en [geïntimeerde1] daar niet de hand in hebben gehad. In de verklaring geeft de sales manager twee redenen voor de beslissing van Daisen. De eerste reden - Daisen wilde alleen verder met [geïntimeerde4] - vindt het hof niet overtuigend. Uit de overgelegde stukken volgt dat Green Plus en Daisen er al in een e-mail van 3 december 2020 van [geïntimeerde1] van in kennis zijn gesteld dat [geïntimeerde1] (en dus niet [geïntimeerde4] ) van de zijde van Cogas Korea als projectmanager zou gaan optreden. Wanneer Daisen een sterke voorkeur zou hebben gehad voor [geïntimeerde4] ,valt zonder nadere toelichting, die niet gegeven is, niet in te zien waarom Daisen niet toen al de keuze heeft gemaakt om niet door te gaan met Cogas Korea, maar contact te zoeken met [naam2] Agro, de vennootschap waarbij [geïntimeerde4] inmiddels betrokken was. In dit kader is van belang dat er tijdsdruk op het project zat, zodat Daisen er geen belang bij had om nog langer met Cogas Korea op te trekken als zij toch liever met [naam2] Agro zaken wilde gaan doen.
De tweede reden is wel steekhoudend. Wanneer namens Cogas Korea is aangegeven dat Cogas Korea de door Daisen gewenste levertijd niet zou kunnen halen, is aannemelijk dat dit voor Daisen een reden is geweest om niet voor Cogas Korea te kiezen. [geïntimeerden] c.s. hebben
- onweersproken door Cogas Zuid - gesteld dat [geïntimeerde1] tijdens een Teams-vergadering op
16 maart 2021 met vertegenwoordigers van Daisen en Green Plus heeft gezegd dat Cogas Zuid de door Daisen gewenste uiterste levertermijn - week 27 van 2021 - niet zou kunnen halen.
- onverplicht - na zijn vertrek bij Cogas Korea veel tijd heeft besteed aan het binnenhalen van het project door Cogas Korea. Als hij het project bij Cogas Zuid had willen weghalen, zou het voor de hand hebben gelegen dat hij Green Plus/Daisen al veel eerder vanuit zijn nieuwe functie bij [naam2] Agro zou hebben benaderd. De vorderingen tegen [geïntimeerde4] zijn gelet op dit alles dan ook niet toewijsbaar.
4.68 Het hof begrijpt dat de (oorspronkelijke) 15 (rechts)personen de (rechts)personen zijn van wie [geïntimeerde2] volgens de analyse door Cogas Zuid van het liquiditeitenoverzicht betalingen zou hebben ontvangen. Wat daar ook van zij, van al deze 15 (rechts)personen geldt dat het relaties (klanten of leveranciers) van Cogas Zuid zijn. Dat is alleen anders voor [naam2] Agro en [naam2] . [naam2] Agro is een rechtstreekse concurrent van Cogas Zuid. [naam2] is de dga van [naam2] Agro. Dat bij het project Motoyama niet Cogas Zuid maar Cogas Korea de beoogde contractspartij zou zijn, doet daaraan niet af.
€ 15.959,92 ontvangen. [geïntimeerden] c.s. hebben deze betaling gemotiveerd betwist. Cogas Zuid heeft haar stelling dat de betaling, als die heeft plaatsgevonden, betrekking heeft op een activiteit van [geïntimeerde2] in strijd met het concurrentiebeding geen handen en voeten gegeven, zodat haar vordering op dit punt onvoldoende onderbouwd is.
€ 10.000,- verschuldigd is. De vordering van Cogas Zuid is in zoverre wel toewijsbaar. [19]
5.De beslissing
dinsdag 12 januari 2026laten weten hoeveel getuigen zij elk willen laten horen met opgave van de verhinderdagen van die getuigen, van partijen en van hun advocaten. Daarna stelt het hof de dag en het tijdstip van het verhoor vast. Dat gebeurt ook als de opgave onvolledig is.
dinsdag 13 januari 2026een akte als bedoeld in 4.53 te nemen. Cogas Zuid zullen na de getuigenverhoren ook op deze akte mogen reageren.