Uitspraak
[verzoeker],
[verweerster],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 17 april 2024;
- de memorie van grieven van 4 juni 2024;
- de memorie van antwoord van 13 augustus 2024.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een burenruzie over een berkenboom die in de voortuin van verweerster staat, op minder dan 50 cm van de erfgrens met verzoeker. Verzoeker vordert dat verweerster voorkomt dat takken over de erfgrens hangen en wil een boete bij overtreding. De rechtbank wees alle vorderingen af, mede vanwege verjaring en het risico op executiegeschillen.
In hoger beroep handhaaft het hof het oordeel dat de boom mag blijven staan vanwege verjaring, maar oordeelt dat verweerster verplicht is om jaarlijks, in het najaar of winterseizoen (vóór 1 april), de boom tot de erfgrens terug te snoeien. Deze verplichting wordt gekoppeld aan een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €2.000 bij niet-naleving. Verzoeker moet verweerster toestaan zijn erf te betreden voor het snoeien.
Het hof baseert deze verplichting op onrechtmatige daad (art. 6:162 BW Pro), omdat het overhangen van takken zonder toestemming een inbreuk op het eigendomsrecht van verzoeker vormt. Het hof wijst de vordering gedeeltelijk toe en compenseert de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het vonnis van de rechtbank wordt voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot jaarlijkse snoei van de boom tot de erfgrens met een dwangsom bij niet-naleving en verzoeker moet toegang tot zijn erf verlenen.