Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verweerder2],
[verweerder3],
[verweerder4],
[verweerder5],
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] met producties 1-30, ontvangen door het hof Amsterdam op 12 april 2022,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen een advocaat en woningstichting Rochdale over de beëindiging van een exclusieve overeenkomst uit 2004 en de daaropvolgende vaststellingsovereenkomst uit 2012. Verzoeker vordert herroeping van het arrest van het hof Amsterdam uit 2016 wegens vermeend bedrog door meineed en valsheid in geschrifte.
Verzoeker wil met een voorlopig getuigenverhoor bewijs verzamelen dat de vaststellingsovereenkomst op onrechtmatige wijze tot stand is gekomen. Het hof stelt vast dat de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden al tijdens eerdere procedures bekend waren en dat aanvullend bewijs niet voldoende is om een herroeping te rechtvaardigen.
Het hof oordeelt dat verzoeker geen belang heeft bij het verzoek omdat de vordering tot herroeping geen kans van slagen heeft. Het verzoek wordt afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van Rochdale c.s.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens gebrek aan belang bij de vordering tot herroeping.