Uitspraak
mr. Jacques Aloysius Dominicus Maria Danielsen
mr. Arjen Camiel Huisman,
2.De motivering van de beslissing in het principaal hoger beroep
“Alle gelden die vrijkomen uit vastgoedprojecten zullen terstond in mindering worden gebracht op de financiering bij de Rabobank.”Deze tekst is ruimer dan
“opbrengsten”en omvat namelijk
“alle gelden die vrijkomen”. Curatoren hebben een beperktere opvatting van deze passage niet met feiten of omstandigheden onderbouwd, zodat van de ruimere tekst moet worden uitgegaan. Zoals ter comparitie van 10 februari 2020 is bevestigd, had de vastgoedvennootschap Jufferbeek B.V. drie aandeelhouders, waaronder één van de Hakenbergvennootschappen. Deze laatste had tot en met 2002 meer ingebracht in Jufferbeek B.V. dan waartoe zij in verhouding tot de beide andere aandeelhouders was verplicht en om die reden werd het bedrag van € 883.042 vanaf een rekening bij een andere bank overgemaakt naar een rekening van één van de Hakenbergvennootschappen. Dit waren dus gelden die vrijkwamen uit een vastgoedproject, zodat Rabobank met dat ontvangen bedrag het krediet mocht inperken.
“Aflossing RC Vastgoed RABO”van ƒ 2 miljoen op 30 september 2002. Het was in overeenstemming met het overzicht kasstromen uit vastgoed (op bladzijde 22) van het PWC-rapport, waarin per 30 september 2002 een netto kasstroom uit vastgoed van ƒ 3 miljoen werd verwacht. Zoals uit productie XVIII van Rabobank (bij rolbericht van 16 augustus 2017) blijkt, werd echter met ingang van 20 september 2002 overeengekomen om het krediet in rekening-courant van € 907.560 onder rekeningnummer .028 af te lossen en te vervangen door een zelfde krediet onder rekeningnummer .417, dit laatste onder de inperking van het krediet met € 907.560 per 31 december 2002. Dit kwam dus neer op een uitstel van de opeisbaarheid van 30 september naar 31 december 2002, op welke laatste datum het krediet in rekening-courant met dat bedrag mocht worden ingeperkt.