Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT), (hierna: de heffingsambtenaar),
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de waarde van het winkelpand aan de [a-straat] 4 te [A] per 1 januari 2014 vast op €342.000, wat leidde tot een aanslag OZB van €834,48. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €214.000 voor. De rechtbank Overijssel oordeelde dat geen van beide partijen hun waarde aannemelijk had gemaakt en stelde de waarde in goede justitie vast op €276.000.
In hoger beroep heeft het gerechtshof de waarde opnieuw beoordeeld. De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op een hogere huurwaarde van €200 per m² en een kapitalisatiefactor van 10,7, terwijl belanghebbende uitging van een huur van €22.500 per jaar en een kapitalisatiefactor van 9,53. Het hof oordeelde dat de feitelijk bedongen huur van €22.500 per jaar leidend is, omdat de heffingsambtenaar onvoldoende bewijs leverde dat belanghebbende als defensieve belegger een te lage huur hanteerde.
Het hof stelde vast dat geen van beide partijen de juiste kapitalisatiefactor aannemelijk had gemaakt. Daarom stelde het hof de waarde in goede justitie vast op €236.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en het griffierecht. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar werd ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep van belanghebbende gegrond.
Uitkomst: De waarde van het winkelpand wordt vastgesteld op €236.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.