ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7931
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verzending en bekendmaking naheffingsaanslag omzetbelasting 2006
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting 2006 opgelegd, inclusief boete en heffingsrente. De Inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, omdat het aanslagbiljet volgens hem tijdig was verzonden. De Rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde de aanslag. Het Hof ’s-Hertogenbosch vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat het aanslagbiljet was verzonden. De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem-Leeuwarden met instructies over de bewijslevering.
Bij het vervolgonderzoek stelde het Hof vast dat het bewijsaanbod van de Inspecteur met betrekking tot generatienummers en een duplicaat van het aanslagbiljet niet tijdig was gedaan, maar dat dit bewijs alsnog geleverd moest kunnen worden. De Inspecteur kon echter geen duplicaat overleggen en leverde onvoldoende bewijs dat het aanslagbiljet naar het juiste adres was verzonden. Het Hof oordeelde dat het vermoeden van ontvangst door verzending naar het juiste adres niet kon worden aangenomen, omdat de Inspecteur dit niet aannemelijk had gemaakt.
Het Hof concludeerde dat het aanslagbiljet niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt, maar dat de naheffingsaanslag wel tot stand was gekomen. Hierdoor was het bezwaar van belanghebbende, ingediend naar aanleiding van een aanmaning en vóór ontvangst van het aanslagbiljet, ontvankelijk. Het Hof bevestigde de eerdere uitspraak van de Rechtbank en verwees de zaak terug naar de Inspecteur voor inhoudelijke behandeling van het bezwaar. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag is ontvankelijk verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.