Uitspraak
mr. F.B. Corpeleijn, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. Y.A.E. Vlassenroot, kantoorhoudende te Haarlem
1.[bestuurder A] ,
[bestuurder D],
[bestuurder B],
mr. Y.A.E. Vlassenroot, kantoorhoudende te Haarlem
1.Het verloop van het geding
2.Inleiding en feiten
het ontwikkelen, produceren, importeren, exporteren, bottelen en distribueren van voedsel- en drankproducten”. [bestuurder C] heeft zijn onderneming “Wine in Tubes” ingebracht in Tubes. [minderheidsaandeelhouder] kreeg en houdt 25% van de aandelen in Tubes en CBC kreeg en houdt 75% van de aandelen in Tubes. Het bestuur van Tubes werd aanvankelijk gevormd door [bestuurder A] , [bestuurder B] (vanaf 2017 tot mei 2022) en [bestuurder C] . [bestuurder C] is eind 2023 ontslagen als bestuurder van Tubes. Het bestuur van Tubes wordt thans gevormd door [bestuurder D] (vanaf 1 juli 2021) en [bestuurder A] (via hun persoonlijke holdings).
het produceren van glazen en pet tubes, of elk ander formaat in de breedste zin van het woord, en het vullen van deze met elk toegestaan product dan ook”. CCC was en is enig aandeelhouder van TPC. De bestuurders van TPC waren aanvankelijk [bestuurder B] (tot mei 2022) en [bestuurder A] (via zijn persoonlijke holding). De bestuurders van TPC zijn thans [bestuurder A] en [bestuurder D] (vanaf 1 juli 2021) (via hun persoonlijke holdings).
Beste [bestuurder C] ,
als bedrijf, de achterblijvende resultaten, en jouw rol als aandeelhouder/directeur hier in en in de toekomst. De afgelopen jaren hebben we vaker gesprekken gehad, waarin ik heb aangegeven dat ik van mening ben dat je veel meer de verantwoordelijkheid op je had moeten en zou moeten nemen binnen[Tubes]
. Dit is in mijn ogen niet gebeurd. In ons laatste gesprek hierover in oktober heb ik aangegeven dat het met deze resultaten weinig zin heeft om de entiteit[Tubes]
door te zetten, omdat deze structureel verlies lijdt en er ook geen aantoonbare verbetering in lijkt te zitten. Daarnaast hebben wij vanuit het moederbedrijf dermate geïnvesteerd dat het ook tijd wordt om in te grijpen om een gezonde werksituatie te bewerkstelligen voor alle partijen. Ik heb daarom geopperd om[Tubes]
te integreren in[TPC]
en enkel vanuit[TPC]
te gaan werken per 2020.”
We zijn in het verleden een samenwerking aangegaan op basis van het geloof in Tubes als succesvol concept. Dit geloof ben ik niet verloren en ik zou nog steeds in de vorm van aandeelhouder een bijdrage willen blijven leveren aan het uitbouwen van het succes hiervan. Graag ga ik dan ook het gesprek aan om te kijken hoe we op deze basis samen verder kunnen bouwen aan[Tubes]
.”
Beste [bestuurder C] ,
I geïnvesteerd. Er is nog geen winst gemaakt, en wordt ook niet verwacht in de huidige situatie, dus zal deze lening ook niet vanuit[Tubes]
aan CCC terug voldaan kunnen worden. CCC kan op haar beurt de investeringen niet alleen blijven dragen, officieel gezien had[ [minderheidsaandeelhouder] ]
dit zelfs voor 25% van dit bedrag moeten doen. Als we op deze manier door gaan, dan zal[ [minderheidsaandeelhouder] ]
toch moeten gaan bijstorten. Dit is, nemen wij aan, niet wenselijk, en verandert de situatie niet voor de toekomst. Zoals besproken moeten we daarom dus aanpassen om een gezonde toekomst tegemoet te gaan, het liefst gezamenlijk vanuit één structuur.
in[Tubes]
te ruilen voor 1% van de aandelen in de moedermaatschappij CCC. Voorwaarde daarbij is dat de openstaande facturen van 2019 van[ [minderheidsaandeelhouder] ]
aan[Tubes]
worden omgezet in een achtergestelde lening, dit is ongeveer 35K euro.[Tubes]
heeft momenteel niet de financiële middelen om deze facturen te voldoen.”
Bedankt voor deze uiteenzetting en voorstel.
in[Tubes]
te ruilen voor 5% van de aandelen in moedermaatschappij CCC.”
In januari hebben we besproken dat Tubes en TPC verder zullen gaan onder één structuur, de aandelen van[ [minderheidsaandeelhouder] ]
in[Tubes]
in worden geruild voor aandelen in de moedermaatschappij CCC (…).
Stock Appreciation Rights(SAR) programma. Overeenstemming over deelname van [bestuurder C] aan dit programma is niet bereikt.
3.De gronden van de beslissing
corporate opportunitiesvan Tubes over te hevelen naar TPC. Sedert 2018 is door TPC omzet gerealiseerd die aan Tubes toekwam. TPC is zowel tubes gaan produceren als gaan verkopen, terwijl verkoop van gevulde tubes niet binnen de statutaire doelomschrijving van TPC viel, maar wel binnen het statutaire doel van Tubes. De activiteiten vormden aldus een
corporate opportunityvoor Tubes. In die periode waren [bestuurder A] en [bestuurder B] bestuurders van TPC; zij waren (naast [minderheidsaandeelhouder] ) tevens bestuurders van Tubes. In die laatste hoedanigheid hebben zij gehandeld in strijd met hun loyaliteitsverplichting jegens Tubes. [minderheidsaandeelhouder] was niet op de hoogte van de activiteiten van TPC en heeft nooit ingestemd met de gang van zaken. Het resultaat is dat [minderheidsaandeelhouder] een aandelenbelang van 25% houdt in een onderneming die door de gedragingen van CCC/CBC en/of Tubes (feitelijk: door [bestuurder A] en [bestuurder B] ) geen waarde meer heeft en waarvoor [minderheidsaandeelhouder] niet is gecompenseerd. Omdat Tubes niet betaalde is [minderheidsaandeelhouder] zijn managementvergoeding noodgedwongen aan TPC gaan declareren en is [bestuurder C] noodgedwongen bij CCC in dienst getreden.
het voor alle partijen beter is om Tubes en TPC samen te voegen en onder één structuur verder te gaan”. Dat [minderheidsaandeelhouder] haar management fee sinds 2020 in rekening mocht brengen bij TPC en dat [bestuurder C] later bij CCC in dienst is getreden, laat onverlet dat het besluit van CCC tot introductie van de nieuwe structuur tot gevolg had dat het belang van [minderheidsaandeelhouder] in Tubes in waarde is verminderd; in die vennootschap vinden immers geen activiteiten meer plaats. In aanmerking genomen dat [bestuurder C] bovendien enige tijd later als bestuurder van Tubes is ontslagen en zijn arbeidsovereenkomst met CCC is geëindigd, is de conclusie gerechtvaardigd dat [minderheidsaandeelhouder] door gedragingen van CCC, die aan haar dochtervennootschap CBC (mede-aandeelhouder van [minderheidsaandeelhouder] ) worden toegerekend, zodanig in haar rechten en belangen is geschaad dat het voortduren van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van haar kan worden gevergd. Dat [minderheidsaandeelhouder] medeverantwoordelijkheid draagt voor het feit dat Tubes geen activiteiten meer uitvoert, althans zich daar in 2020 niet tegen heeft verzet, doet daaraan niet af. De slotsom is dat het uittredingsverzoek van [minderheidsaandeelhouder] toewijsbaar is jegens haar medeaandeelhouder CBC.
as is, going concern,per januari 2020 althans een door de deskundige te bepalen datum gelegen net vóór de introductie van de nieuwe structuur als gevolg waarvan TPC de activiteiten van Tubes feitelijk heeft overgenomen, met de vooruitzichten en verwachtingen die er op dat moment waren en met inachtneming van de financieringsbehoefte van Tubes die bij die verwachtingen past, en haar daarover schriftelijk te berichten. De Ondernemingskamer wijst in dat kader op de door haar gepubliceerde Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling (hierna: de Leidraad) die van toepassing zal zijn en waarop de deskundige acht dient te slaan.