Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
(gemachtigde: mr. M.W. Sluman)
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de conserverende aanslag;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.722,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.”
2.Feiten
Feiten1. Eiseres heeft de Franse nationaliteit. Op 1 januari 2008 is zij vanuit Frankrijk naar Nederland verhuisd. Op 31 december 2017 is eiseres weer geëmigreerd naar Frankrijk.
het Hof leest: artikel 31a, tweede lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964, tekst 2017]). Voorts heeft eiseres gedurende haar verblijf in Nederland zonder onderbreking gebruikgemaakt van de keuzemogelijkheid van artikel 2.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) voor de toepassing van de regeling van de partieel buitenlandse belastingplicht (artikel 11 van Pro het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001; hierna: UBIB).
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
belastingplichtigen).
In de nieuwe opzet van de inkomstenbelasting wordt de groep van tijdelijk naar Nederland gekomen werknemers voor de heffing over de boxen II en III behandeld als waren zij buitenlands belastingplichtig.”
(…)
.2013, 25663). Eiseres kwalificeerde volgens verweerder tot het moment van remigratie als een binnenlandse belastingplichtige en als inwoner van Nederland voor verdragstoepassing. Ten gevolge van haar emigratie hield haar binnenlandse belastingplicht op en deed zich daarom de situatie als beschreven in artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet IB 2001 voor, aldus verweerder.
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
in alle opzichtenals buitenlands belastingplichtige dient te worden beschouwd. Hierin ligt besloten dat in het onderhavige geval belanghebbende niet met een conserverende aanslag vanwege haar emigratie geconfronteerd kan worden, aangezien dat onverenigbaar is met het belasten van belanghebbende als ware zij buitenlands belastingplichtige. Indien de wetgever of de besluitgever anders zou hebben beoogd, had het uit het oogpunt van rechtszekerheid ook in de rede gelegen dat zulks uitdrukkelijk in de Wet IB 2001 of in het UB was bepaald.
6.Kosten
7.Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep tot een bedrag van € 907;
- gelast de griffier van de inspecteur voor het instellen van hoger beroep een griffierecht te heffen van € 559.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.