Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.2. Feiten
[B] ( [B] ) – gehuwd onder huwelijkse voorwaarden – eiseres aangegaan. Eiseres is een samenwerkingsverband in de vorm van een maatschap met [A] en [B] als maten. Uit de maatschapsovereenkomst volgt dat het doel van eiseres is het voor gemeenschappelijke rekening en risico van de maten beleggen in onroerende zaken en andere vermogensbestanddelen. Het maatschapsvermogen bestaat uit hetgeen [A] en [B] hebben ingebracht. Volgens de maatschapsovereenkomst zijn de maten overeengekomen ieder € 1.000 als kapitaal in te brengen of zoveel meer als door de maten wordt afgesproken.
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw-richtlijn) volgt dat als belastingplichtige wordt beschouwd eenieder die, ongeacht op welke plaats, zelfstandig één van de in de tweede alinea van artikel 9, eerste lid vermelde economische activiteiten verricht, ongeacht het oogmerk of resultaat van die activiteit. Op grond van die tweede alinea wordt met economische activiteiten gedoeld op alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, en onder andere de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Van een economische activiteit is enkel sprake wanneer een activiteit tot gevolg heeft dat één van de belastbare feiten als bedoeld in artikel 2 van Pro de btw-richtlijn zich voordoet. Daarvan is sprake bij onder meer de leveringen van goederen of de verrichting van diensten (de prestatie) onder bezwarende titel.
16 juli 2021).
Subsidiair stelt verweerder dat geen rechtstreeks verband bestaat tussen de bouw van de woning en de verhuur van het dak. Verwezen wordt naar het arrest van 16 juli 2021. Eiseres (dan wel [A] en [B] ) zou (zouden) namelijk de kosten van de woning – en dus ook voor het dak – hoe dan ook hebben gemaakt. Het is immers onwaarschijnlijk dat een woning zonder dak zou worden aangeschaft/gebouwd, omdat de primaire functie van een woning dan niet kan worden vervuld. Ook het feit dat eiseres de gehele woning vervolgens (om niet) ter beschikking stelt aan [A] en [B] , maakt aannemelijk dat zij primair voor ogen hebben gehad om in de woning te wonen en niet om zonnepanelen te exploiteren. Volgens verweerder heeft eiseres dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de bouwkosten uitsluitend zijn gemaakt ten behoeve van het verhuren van het dak voor het plaatsen en exploiteren van zonnepanelen.
5.Beoordeling van het geschil
12 mei 2016, Gemeente [gemeente] , C-520/14, ECLI:EU:C:2016:334. Dit standpunt wordt door het Hof verworpen. De dienstverlening door belanghebbende, eruit bestaande dat het dak tegen een overeengekomen vergoeding ter beschikking wordt gesteld aan de echtgenote kan, gelet op het arrest HvJ 27 januari 2000, Heerma, C-23/98, ECLI:EU:C:2000:46, in beginsel worden aangemerkt als een economische activiteit.
4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:783, r.o. 3.6.3).
4 oktober 2013 niet voor, nu dat arrest de verhuur van onroerend goed door en aan private partijen betrof.
Onder bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden zijn van de belasting vrijgesteld:
nietals woning worden gebruikt, gekozen kan worden voor belaste verhuur. Aan dit vereiste voldoet het dak niet. Het dak doet naar zijn aard immers, zowel voor als na de verhuur, voor het grootste deel dienst ‘als woning’ (zie r.o. 5.8). Daaraan doet niet af dat het dak door de echtgenote ook (ten dele) mede wordt gebruikt voor de plaatsing van zonnepanelen. Hierin onderscheidt de onderhavige zaak zich van de situatie die aan de orde was in het onder 5.5 genoemde arrest van de Hoge Raad van 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:783. In die zaak betrof het voorwerp van de huur een studeerkamer die
alleenvoor bedrijfsdoeleinden werd gebruikt. Gelet op het vorenstaande lijdt het geen twijfel dat voor het dak van de woning niet kon worden gekozen voor belaste verhuur.
6.Kosten
- 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 2 punten voor (2) hoorzittingen met een waarde per punt van € 310 (€ 930);
- 1 punt voor het indienen van een hogerberoepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 0,25 (zeer licht), nu de proceskostenvergoeding in hoger beroep uitsluitend wordt toegekend vanwege een onjuist berekende proceskostenvergoeding (€ 437,50).
7.Beslissing
B.A. van Brummelen, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van
mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 23 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.