Belanghebbenden maakten bezwaar tegen de WOZ-waarde van hun woning voor 2020 en tegen de aanslag onroerendezaakbelasting. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor het verzoek om uitstel van betaling en wees het beroep verder af, maar kende belanghebbenden een schadevergoeding toe wegens procedurele tekortkomingen.
In hoger beroep klaagden belanghebbenden dat de heffingsambtenaar hen alleen telefonisch had willen horen tijdens de bezwaarprocedure, waardoor zij geen inzage hadden in de stukken. Het hof stelde vast dat het telefonisch horen plaatsvond tijdens de gedeeltelijke lockdown vanwege COVID-19, wat een fysieke hoorzitting bemoeilijkte.
Het hof oordeelde dat hoewel telefonisch horen gerechtvaardigd was, het inzagerecht niet was nageleefd omdat geen mogelijkheid tot inzage werd geboden, terwijl dit ook elektronisch mogelijk was. Dit vormde een gebrek in de uitspraak op bezwaar dat niet kon worden gepasseerd. Daarom gaf het hof toepassing aan de bestuurlijke lus (art. 8:51a Awb) en stelde de heffingsambtenaar in de gelegenheid het gebrek binnen zes weken te herstellen door opnieuw te horen met voorafgaande inzage en verslaglegging.