Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] B.V.,
2. [geïntimeerde 2] HOLDING B.V.,
3. [geïntimeerde 3] ,
1.Procesverloop
2.De feiten
VERKLARING
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die zijn verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor afwees. Het verzoek betreft het horen van getuigen over een mondelinge afspraak uit 1999 tussen appellant en geïntimeerde 3 dat appellant recht zou hebben op 50% van de opbrengst van het onroerend goed van Yab Yum, hetgeen door geïntimeerden wordt ontkend.
De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant in een eerdere schriftelijke verklaring had verklaard geen rechthebbende te zijn op Yab Yum, en het verzoek werd gezien als misbruik van recht en strijdig met de goede procesorde. Appellant voerde aan dat deze verklaring onjuist was en onder druk was opgesteld in het kader van een Bibob-procedure.
Het hof overweegt dat een voorlopig getuigenverhoor in principe moet worden toegewezen indien de te bewijzen feiten betwist zijn en het bewijs door getuigen kan worden geleverd, tenzij sprake is van misbruik van bevoegdheid of strijd met de goede procesorde. Het hof acht het niet aannemelijk dat appellant misbruik maakt van zijn bevoegdheid en ziet geen strijd met de goede procesorde.
Het hof wijst het verzoek toe voor zeven getuigen die relevant zijn voor de vaststelling van de mondelinge afspraak, maar wijst het verzoek af voor drie andere getuigen wegens gebrek aan recht en belang. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar de rechtbank Amsterdam voor het houden van het voorlopig getuigenverhoor. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe en vernietigt de beschikking van de rechtbank.