Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
“(…) alsnog aftrekbaar [is] in het jaar van terugbetaling mits duidelijk blijkt dat de betaling betrekking heeft op het eerder ontvangen bedrag van f 4.000.000 en er geen crediteurensaldo [C] aanwezig is.”.
Bevindingen
hiervan heb ik in het fysieke controledossier niets aangetroffen, [z])
hiervan heb ik in het fysieke controledossier niets aangetroffen, [z])
Ook hiervan is niets aangetroffen in het fysieke controledossier, [z]).
Belanghebbende heeft bij Hof Den Bosch terecht om [alle op de zaak betrekking hebbende stukken] gevraagd. Inmiddels is komen vast te staan dat de inspecteur niet aan het verzoek kan voldoen.” Ik vraag mij af wat gemachtigde van belanghebbenden hiermee bedoelt. Ik heb goed gezocht naar de gevraagde stukken. In mijn reactie naar aanleiding van het verwijzingsarrest heb ik al gezegd dat die stukken er niet zijn. Ik kan de gevraagde stukken derhalve niet overleggen. Alles wat relevant is hebben wij overgelegd. Wij hebben er ook geen behoefte aan om stukken achter te houden.
(…)
Op de vraag van het Hof of het zo is dat het bedrag van circa € 1,8 miljoen dat is gepresenteerd als een aflossing van de schuld aan [C] eigenlijk een betaling betreft naar een rekening van de [bank x] die volledig onder bevoegdheid stond van [ [A] ] en op de vraag of dat de reden is waarom de inspecteur het bedrag van circa € 1,8 miljoen niet heeft beschouwd als een aflossing van een schuld aan [C] , antwoord ik dat Hof Den Bosch diezelfde redenering heeft gevolgd.
(…)
partijenvoor dat de Hoge Raad in zijn verwijzingsarrest van 23 oktober 2020 heeft geoordeeld dat aan middel III niet wordt toegekomen omdat eerst de kwestie ten aanzien van artikel 8:42 Awb Pro moet worden uitgezocht. De Hoge Raad heeft dat overwogen in de veronderstelling dat het onderzoek op de voet van artikel 8:42 Awb Pro feiten en omstandigheden kan opleveren die tot een hernieuwde beoordeling hebben te leiden.
Nu de inspecteur de uitkomst van zijn zoekacties kenbaar heeft gemaakt, zijn verschillende scenario’s denkbaar. Zonder vooruit te lopen op de conclusie die het Hof verbindt aan de uitkomst van de zoekacties van de inspecteur, bestaat de mogelijkheid dat het Hof het niet aannemelijk acht dat artikel 8:42 Awb Pro is geschonden. De voorzitter vraagt aan gemachtigde wat hij in dat scenario van het Hof verwacht.
Toch oordeelde Hof Den Bosch dat artikel 8:42 Awb Pro niet was geschonden. De uitspraak van Hof Den Bosch is door de Hoge Raad gecasseerd. De afgelopen dagen heb ik de processtukken nog een keer doorgelopen en al op de eerste of tweede zitting bij rechtbank Gelderland heeft de Belastingdienst het over vier ordners die ze niet inbrengen. Er zouden bij de Belastingdienst dus in ieder geval nog vier ordners moeten liggen.
(…)
(…)
De voorzitterhoudt partijen voor dat ook voor de IB in geschil is of is voldaan aan artikel 8:42 Awb Pro. Gemachtigde van belanghebbenden is van mening dat er ook in deze procedure nog de vier eerder genoemde ordners zouden moeten zijn. De inspecteur zegt dat de vier ordners er niet zijn en voor zover er vier ordners zijn, dan zijn dat volgens de inspecteur de vier FIOD ordners. Deze vier FIOD ordners hebben de gemachtigde van belanghebbenden en het Hof al (op de USB-stick die eerder in de procedure is ingebracht).
Het bewustzijn voor het niet doen van de vereiste aangifte ontbreekt derhalve.
(…)
De inspecteurverklaart – zakelijk weergegeven – in tweede termijn en mede op vragen van het Hof het volgende:
“Belanghebbende bestrijdt dat de lening [B] voor een te laag bedrag is overgedragen. In het bijzonder bestrijdt belanghebbende dat een versnelde aflossing was te voorzien.”Als dat al zo is dan baat dit belanghebbende niet, dan wordt immers de waarde van de vordering alleen maar hoger, want de termijn is dan langer en over deze termijn zou rente worden ontvangen. De lening [B] was voor 12 jaar voorzien, maar heeft maar 4 jaar uitgestaan. Bij die termijn van 4 jaar is bij de correctie aangesloten.
Wij zijn dus niet juist geïnformeerd en in zoverre zijn wij niet gebonden aan de VSO.
if you pay peanuts, you get monkeys”. Het kost geld. De concurrentie heeft de bestemming laten vallen omdat het onmogelijk was om een en ander uit te voeren binnen hun budgetten. Wij voerden de operaties uit met een agent ter plaatsen. Als wij die niet hadden gehad dan waren wij geëindigd zoals bijvoorbeeld [xxx 2] . Ik begrijp niet hoe de Belastingdienst kan stellen dat het allemaal niets heeft gekost.
3.Geding na cassatie
Indien in die oordelen ligt besloten het oordeel van het Hof dat als regel na cassatie en verwijzing niet voor het eerst kan worden geklaagd over niet-naleving van artikel 8:42 Awb Pro, geeft dat oordeel, gelet op hetgeen hiervoor in 3.3 is overwogen, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Indien overlegging van een bepaald stuk van belang kan zijn voor de beslechting van een geschilpunt waarover de rechter na verwijzing moet oordelen, staat aan de behandeling van een dergelijke, pas na cassatie en verwijzing aangevoerde stelling niet in de weg dat behandeling van deze stelling een onderzoek van feitelijke aard vergt.
Indien het Hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting, behoefde het oordeel dat de verwijzingsopdracht geen ruimte biedt voor de behandeling van deze stelling, nadere motivering.
De verwijzingsopdracht hield namelijk in dat het verwijzingshof zich opnieuw buigt over de vraag of de voor het jaar 2004 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting terecht is opgelegd en zo ja, of deze aanslag niet te hoog is vastgesteld; de stelling van belanghebbende hield in dat de door haar vermelde stukken van belang kunnen zijn geweest voor het besluit tot het opleggen van die aanslag.
Indien in de hiervoor in 3.1 weergegeven oordelen ligt besloten het oordeel dat zich een hiervoor in 3.3, laatste volzin, bedoeld uitzonderingsgeval voordoet, is ook dat oordeel niet toereikend gemotiveerd, aangezien uit de overwegingen van het Hof niet valt af te leiden waarom het een dergelijk uitzonderingsgeval heeft aangenomen.
4.Geschil na verwijzing
5.Beoordeling van het geschil
De informatie die zich in de ordners bevindt is overgelegd op een usb-stick, aldus nog steeds de inspecteur.
Ook overigens acht het Hof de door de inspecteur aangebrachte correcties redelijk.
De aanslag berust gelet op het voorgaande op een redelijke schatting.
De onderhavige uitspraak wordt gedaan op 4 januari 2022, zodat meer dan een jaar is verstreken na het arrest van de Hoge Raad. Omdat genoemde termijn van een jaar is verstreken na afloop van de termijn van zes weken voor het doen van uitspraak, dient ambtshalve te worden beoordeeld of belanghebbende in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade.
6.Kosten
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.