Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
In AMS 19/3202
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt [het] bestreden besluit (…);
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van [het] bestreden besluit (…);
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 47,- aan [belanghebbende] te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van [belanghebbende] tot een bedrag van € 1.068,- en tot betaling van een immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 750,-;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan [belanghebbende] van een immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.250,-.
2.2. Feiten
Mijn beslissing op uw ingebrekestelling.
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Aanleiding voor deze procedures
voetnoot 1:ECLI:NL:RBAMS: 2019:2777. Deze uitspraak is (nog) niet gepubliceerd, maar wel bekend bij partijen.] geoordeeld dat [de heffingsambtenaar] binnen twee weken alsnog een beslissing op bezwaar moest nemen. [De heffingsambtenaar] heeft vervolgens op 2 mei 2019 bestreden besluit 1 genomen. Volgens [belanghebbende] had [de heffingsambtenaar] toen een dwangsom verbeurd. Met primair besluit 2 en bestreden besluit 2 heeft [de heffingsambtenaar] besloten geen dwangsom toe te wijzen, omdat artikel 4:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) – waarin staat wanneer een dwangsom is verbeurd – niet van toepassing is op informatieverzoeken.
voetnoot 2: Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:BZ9080.]
voetnoot 3:ECLI:NL:HR:2016:2667], waarin het volgende staat:
voetnoot 4:Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2017, ECLI:NL:GHARL: 2017:250] Omdat de uitspraak van de rechtbank is nageleefd in de zin dat binnen twee weken een uitspraak op bezwaar is genomen, heeft [de heffingsambtenaar] ook geen dwangsom verbeurd voor het niet naleven van de uitspraak.
voetnoot 6:ECLI:NL:GHDHA: 2019:2483.] De rechtbank stelt ook hier artikel 40 van Pro de Wet WOZ gelijk aan artikel 40b van de Wet WOZ.
5.Beoordeling van het geschil
In rechtsoverweging 7 van die uitspraak heeft de rechtbank immers geoordeeld dat “een bezwaar tegen een dergelijk besluit (…) niet-ontvankelijk [dient] te worden verklaard”.
Ook de overige grieven van belanghebbende op dit punt treffen geen doel, zodat de uitspraak van de rechtbank in zoverre (in de zaak AMS 19/3202) dient te worden bevestigd.
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.