Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
is [X] bereid mee te werken aan storting van een bedrag van € 83.443,- (…) ter aanwending van een stamrechtverzekering vanwege (…) een schadeloosstelling door de [de man] wegens gederfd of te derven loon. In de brief van 18 juli 2005 van Legal & General (…) is immers aangegeven dat de verzekering (…) een stamrechtverzekering betreft die voldoet aan de wettelijke vereisten als bedoeld in artikel 11, lid 1 onderdeel g Wet op de loonbelasting 1964 (“Wet LB 1964”). (…)
Deze polis belichaamt een recht op periodieke uitkeringen als bedoeld in artikel 11, lid 1, letter g van de Wet op de loonbelasting 1964”, ondersteunt eerder het standpunt van de man dat het gaat om een aanvulling van inkomen, dan dat van de vrouw dat het een pensioenaanspraak betreft. Hetzelfde geldt voor de polis zelf, waarin staat:
“(…) De verzekeringnemer heeft van 01.06.2005 tot 01.11.2030(hof: de eerstvolgende maand nadat de man 65 is geworden)
het recht op gehele of gedeeltelijke opname van de Geldswaarde van het Beleggingsdepot (…)”.Tegenover het voorgaande heeft de vrouw haar door de man betwiste stelling dat de strekking van de aanspraak een oudedagsvoorziening was niet voldoende onderbouwd. De door de vrouw overgelegde e-mail van de man van 1 maart 2017 acht het hof onvoldoende. Daarin staat: “(…)
Na de looptijd zal e.e.a. in een lijfrente tot uitkering komen, heb zelf nog keuze hoe dat te doen. Heb hem uitgelegd dat dit een extraatje is wat ik niet nodig heb maar wat leuk zou zijn als aanvulling op mijn pensioen (…)”. De man geeft als verklaring voor deze e-mail dat hij de vrouw een update gaf over de technische mogelijkheden van de stamrechtvoorziening, mede vanwege de echtscheiding en dat hij in de e-mail slechts aangeeft dat hij op dat moment de polis niet nodig heeft en dat het leuk zou zijn als het kan worden gebruikt als aanvulling op het pensioen, omdat hij op dat moment een stabiele baan heeft. Deze verklaring acht het hof, gelet op de tekst van de e-mail, niet onaannemelijk. De man heeft in zijn e-mail een mogelijke besteding van de aanspraken genoemd maar daaruit kan, mede gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, nog niet worden afgeleid dat partijen twaalf jaar eerder bij het aangaan van de stamrechtverzekering, hebben bedoeld dat dit een oudedagsvoorziening zou zijn. Ook uit de toelichting van de vrouw ter zitting in hoger beroep komt naar voren dat partijen het geld zagen als een aanvulling op hun inkomen wanneer dit nodig zou zijn en dat het niet steeds de bedoeling is geweest dit als aanvulling op het pensioen te gebruiken.