ECLI:NL:GHAMS:2022:1129

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
13 april 2022
Zaaknummer
20/00324 tot en met 20/00331, 20/00355 en 20/00356
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:25 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering gemachtigde wegens onaanvaardbaar gedrag en taalgebruik in belastingzaken

In deze tussenuitspraak van 25 januari 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam besloten om de gemachtigde van belanghebbende te weigeren in meerdere belastingzaken. Deze beslissing volgt op eerdere waarschuwingen en weigeringen wegens onaanvaardbaar taalgebruik en onacceptabele bejegening van ambtenaren, rechters en de Nederlandse rechtsstaat.

De gemachtigde heeft ondanks herhaalde waarschuwingen niet zijn gedrag aangepast; zijn ingediende stukken bevatten nog steeds grievende en grove beledigingen. Dit leidt tot een ernstige verstoring van de goede procesorde, waardoor het hof de stukken met dergelijke uitlatingen buiten beschouwing laat en de gemachtigde weigert.

Het hof heeft belanghebbende de gelegenheid gegeven om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen. Tevens waarschuwt het hof dat toekomstige onbetamelijke uitingen door deze gemachtigde zonder waarschuwing zullen leiden tot onmiddellijke weigering in alle lopende en toekomstige procedures.

De vertraging in de procedure wordt volledig toegerekend aan belanghebbende vanwege het gedrag van diens gemachtigde. Tegen deze tussenuitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De gemachtigde van belanghebbende wordt geweigerd wegens onaanvaardbaar gedrag en belanghebbende krijgt de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerken 20/00324 tot en met 20/00331, 20/00355 en 20/00356
25 januari 2022
tweede meervoudige belastingkamer

proces-verbaal

van de mondelinge tussenuitspraak op het hoger beroep van

[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende

(gemachtigde: [A] )
tegen de uitspraak van
- 20 april 2020 in de zaken met kenmerken HAA 18/4044 tot en met HAA 18/4051; en
- 4 mei 2020 in zaken met kenmerken HAA 19/427 en HAA 19/428, alle van de rechtbank Noord-Holland.

Beslissing

Het Hof:
- weigert [A] als gemachtigde in de onderhavige procedures;
- stelt belanghebbende in de gelegenheid om, indien gewenst, binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een andere gemachtigde aan te wijzen voor de verdere procedure.

Gronden

1. De gemachtigde van belanghebbende is in het verleden door een reeks van gerechten herhaaldelijk gewaarschuwd en op de voet van art. 8:25 Awb Pro als gemachtigde geweigerd wegens zijn onaanvaardbaar taalgebruik en zijn onacceptabele bejegening van ambtenaren, rechters, rechterlijke instanties en Nederland (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 16 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6596, en Hof Amsterdam 23 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1634). In voren gemelde tussenuitspraak van 23 juni 2020 heeft het Hof onder meer en voor zover hier van belang overwogen:
“2.9. Het Hof voegt daaraan toe dat deze uitspraak als waarschuwing heeft te gelden voor alle processtukken die in de toekomst door [A] , (…), worden ingediend en voor alle proceshandelingen die in de toekomst door [A] , (…), worden verricht (daaronder begrepen het optreden ter zitting). Deze waarschuwing beperkt zich niet tot de onderhavige procedures, maar heeft betrekking op alle procedures die thans bij het Hof aanhangig zijn of in de toekomst aanhangig zullen worden. Indien [A] (…) in nieuw in te dienen stukken of ter zitting onbetamelijk taalgebruik bezigt, zal het Hof [A] (…) zonder nadere waarschuwing of herstelmogelijkheid in de desbetreffende zaak weigeren (…).”
2. De waarschuwingen en weigeringen hebben er kennelijk niet toe geleid dat de gemachtigde zijn intimiderend, grievend en beledigend gedrag heeft bijgesteld. Integendeel, de door hem ingediende stukken staan vol van dergelijke uitlatingen die voor een deel ernstig grievend en grof beledigend zijn in de richting van ambtenaren, rechters, rechterlijke instanties, de rechtsstaat Nederland en Nederland in het algemeen. Een en ander levert een ernstige verstoring op van de goede procesorde reeds gelet op de impact die dergelijke uitlatingen hebben op degenen die als inspecteur, rechter of juridisch medewerker bij de zaak betrokken zijn.
3. Het ondanks de waarschuwingen en de weigeringen doorgaan met het indienen van stukken die telkenmale en zelfs in steeds ernstiger mate doorspekt zijn met uitlatingen die (zeer) grievend zijn en (deels zeer grove) beledigingen inhouden, vormt een dermate ernstige verstoring van de goede procesorde dat het Hof de stukken waarin dergelijke uitlatingen voorkomen in zijn geheel buiten beschouwing zal laten, en [A] als de gemachtigde van belanghebbende als zodanig zal weigeren.
4. Het Hof draagt de griffier op deze beslissing te sturen aan [A] alsmede naar belanghebbende, teneinde hen in kennis te stellen van de weigeringsbeslissing. Belanghebbende zal in de gelegenheid worden gesteld om, desgewenst, binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen.
5. Voor de vraag of de onderhavige zaak wordt behandeld binnen een redelijke termijn heeft te gelden dat de vertraging in de afdoening van de zaak geheel voor rekening van belanghebbende komt. Het is immers het onaanvaardbare gedrag van de door de belanghebbende ingeschakelde gemachtigde die tot de vertraging leidt.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, F.J.P.M. Haas en C.J. Hummel, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman, als griffier. De beslissing is op 25 januari 2022 in het openbaar uitgesproken.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Tegen deze tussenuitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.