ECLI:NL:RBNHO:2020:3263
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep BPM-heffing en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de heffing van BPM bij de registratie van een gebruikte auto en stelde dat de belasting onrechtmatig was geheven. De rechtbank oordeelt dat de procedurele en unierechtelijke grieven onvoldoende onderbouwd zijn om de heffing onrechtmatig te verklaren of prejudiciële vragen aan het HvJ EU te stellen.
Daarnaast heeft eiseres geklaagd over het griffierecht als belemmering voor toegang tot de rechter, maar de rechtbank volgt hierin niet haar standpunt. Wel is vastgesteld dat de rechtbank de wettelijke termijn voor uitspraak heeft overschreden, waardoor eiseres recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €500.
De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten van €525, en draagt op het betaalde griffierecht van €345 aan eiseres te vergoeden. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter B. van Walderveen op 4 mei 2020 in Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de BPM-heffing wordt ongegrond verklaard, maar eiseres ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.