ECLI:NL:GHAMS:2021:1465
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering persoonsgegevens uit Extern Verwijzingsregister wegens gebrek aan spoedeisend belang
In deze zaak stond centraal of Reaal Schadeverzekeringen moest worden bevolen de registratie van persoonsgegevens van geïntimeerde in het Extern Verwijzingsregister (EVR) van Stichting CIS te verwijderen. De voorzieningenrechter had de vordering in eerste aanleg toegewezen omdat de verzekeringsfraude onvoldoende was aangetoond.
Het hof oordeelde echter dat geïntimeerde niet de geëigende rechtsgang via artikel 35 Uitvoeringswet Pro AVG had gevolgd en de termijn voor het starten van een verzoekschriftprocedure had laten verstrijken. Het kort geding kon daarom alleen slagen indien sprake was van een spoedeisend belang, hetgeen het hof ambtshalve moest toetsen.
Geïntimeerde stelde dat hij spoedeisend belang had vanwege financiële en immateriële schade door de registratie, waaronder hogere verzekeringspremies en aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer. Het hof vond echter dat geïntimeerde reeds een verzekering had afgesloten en dat de schade beperkt was. Ook kon hij de reguliere procedure starten na een eventuele toewijzing van verwijdering.
Daarnaast was onduidelijk of de eerste schade aan de auto was hersteld, wat relevant was voor de vraag of er sprake was van fraude. Dit vereiste nader bewijs dat niet in kort geding kon worden geleverd. De registratie was inmiddels verwijderd, waardoor de kwestie via de reguliere rechtsgang kan worden behandeld.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vorderingen af wegens gebrek aan spoedeisend belang. Geïntimeerde werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van persoonsgegevens uit het Extern Verwijzingsregister wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.