Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
nietbij de onderbouwing van de waarde van de onroerende zaak in beroep en hoger beroep heeft gebruikt. De heffingsambtenaar heeft de volgende vergelijkingsobjecten in [Z] aan de onderbouwing ten grondslag gelegd: [object 1], [object 3], [object 2] en [object 4]. Aldus slaagt deze grief niet.