Uitspraak
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
- Uitgangspunt is de WEV (lid 2).
- Voor niet-woningen geldt de WEV, of, indien die hoger is, de GVW. De hoogste van de twee waarden geldt dus (lid 3).
- Volgens lid 4 wordt de waarde van een gebouwd eigendom in aanbouw echter steeds op de GVW gesteld. Voor dergelijke onroerende zaken geldt, volgens de wettekst,
door bouwniet geschikt is voor gebruik overeenkomstig haar beoogde bestemming. Het Hof onderkent echter dat een ruimere lezing van de bepaling ook mogelijk is, zodat het te rade zal gaan bij de wetsgeschiedenis.
2.3. Voorschriften voor waardebepaling van gebouwde eigendommen in aanbouw
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behoudens voor zover het betreft de beslissingen omtrent de aanslag OZB-gebruikersbelasting, het griffierecht en de proceskostenvergoeding;
- verklaart het incidenteel hoger beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep inzake de WOZ-beschikking en de aanslag OZB-eigenarenbelasting ongegrond; en
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep tot een bedrag van € 1.002.