ECLI:NL:GHAMS:2018:1169
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting en verzuimboetes vanwege een foutief opgegeven omzetbelastingnummer. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en boetes op, maar verminderde deze ambtshalve later. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk, mede omdat het beroepschrift te laat was ingediend.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat de kennisgevingen van 26 juni 2015 niet als formele uitspraak op bezwaar kunnen worden aangemerkt omdat zij niet aan de wettelijke vormvereisten voldoen. De inspecteur deed pas op 25 november 2015 een formele uitspraak op bezwaar, waartegen belanghebbende tijdig beroep instelde. Daarmee was het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank.
Het Hof stelt dat belanghebbende wel degelijk procesbelang had bij het bezwaar, ook al had de inspecteur de naheffingsaanslag ambtshalve verminderd. De inspecteur had het bezwaar gegrond moeten verklaren. De dwangsom wordt niet toegekend omdat de inspecteur binnen 14 dagen na ingebrekestelling alsnog uitspraak deed. De proceskosten worden aan belanghebbende toegewezen wegens de onterechte niet-ontvankelijkverklaring.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, handhaaft de ambtshalve vermindering van de naheffingsaanslag tot € 1.607, vermindert de boetes tot nihil en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar worden vernietigd, de naheffingsaanslag wordt gehandhaafd zoals ambtshalve verminderd en proceskosten worden toegewezen aan belanghebbende.