Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- [a], [b], [c] en [d]. Deze typen hebben een USB-2.0-interface;
- [e]. Dit type heeft een cardbus-interface;
- [f], [g] en [h]. Deze typen hebben een expresscard-interface.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een onderneming die videotuners invoerde, werd geconfronteerd met twee uitnodigingen tot betaling (UTB's) van douanerechten opgelegd door de inspecteur. Deze UTB's betroffen correcties op de tariefindeling van de ingevoerde goederen. Na een controle en een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank de beroepen van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging en het zorgvuldigheidsbeginsel waren geschonden, of de tariefindeling van de videotuners correct was, en of een gedeeltelijke vermindering van een UTB tot vernietiging van de gehele UTB moest leiden. Het Hof oordeelde dat de rechten van de verdediging niet waren geschonden, omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had om te reageren op het voornemen tot oplegging van de UTB's.
Het zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden, aangezien het controlerapport met bijlagen een gedetailleerde specificatie van de correcties bevatte. De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat de videotuners niet duurzaam verbonden zijn met de computer en daarom onder post 8528 71 19 vallen, wat het Hof bevestigde. Ten slotte stelde het Hof dat een gedeeltelijke vermindering van een UTB niet leidt tot vernietiging van de gehele UTB, conform eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.