Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 september 2014, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld. De zaak betrof de aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting.
De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en de Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatieberoep. Belanghebbende reageerde schriftelijk op deze conclusie. De Hoge Raad beoordeelde het middel en verwierp dit op de gronden die in een gelijktijdig arrest (nr. 14/05469) zijn vermeld.
Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest werd op 4 november 2016 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad. Hiermee werd het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarmee de eerdere uitspraak van het gerechtshof in stand bleef.