Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[Z], belanghebbende
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende betaalde in december 2012 BPM voor een personenauto en maakte in april 2013 bezwaar tegen de betaling. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat belanghebbende zich had laten bijstaan door een professioneel bedrijf dat bekend is met de bezwaartermijn. De kennis van dit bedrijf werd aan belanghebbende toegerekend. Daarnaast verwees het aangiftebiljet naar een toelichting waarin de bezwaartermijn werd vermeld. Ook het betaalbericht maakte duidelijk dat alleen bij een naheffingsaanslag bezwaar mogelijk is.
Het Hof oordeelde voorts dat het Unierecht niet in de weg staat aan niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding, omdat de bezwaartermijn van zes weken een redelijke termijn is die de uitoefening van Unierechtelijke rechten niet praktisch onmogelijk maakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding bevestigd.