Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
“Uitspraak op bezwaar 2011 Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen”is aan belanghebbende medegedeeld dat met betrekking tot de navorderingsaanslag IB/PVV 2011 het verzamelinkomen is vastgesteld op € 17.517. Voorts is in deze kennisgeving het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
2.Feiten
Beslissing verzoek kostenvergoeding
Vermindering
“Uitspraak op bezwaar 2011 Inkomstenbelasting Premie volksverzekeringen”, is, voor zover van belang, het volgende medegedeeld:
Gewijzigde heffingsgrondslag
4.Geschil in hoger beroep
5.Beoordeling van het geschil
“Vermindering”en is niet aangeduid als ‘uitspraak op bezwaar’; in de tekst van de kennisgeving is niet vermeld dat deze vermindering de beslissing van de inspecteur behelst op het door belanghebbende ingediende bezwaar. Voorts is de kennisgeving slechts voorzien van een cijfermatige uitwerking van de beslissing tot vermindering. Daarbij komt nog dat in de kennisgeving uitdrukkelijk wordt vermeld dat
“U (…) tegen deze vermindering geen bezwaar [kunt] maken en niet in beroep [kunt] gaan”. Niet alleen ontbreekt er dus een rechtsmiddelenverwijzing, er is zelfs uitdrukkelijk vermeld dat er géén beroep openstaat. Dit terwijl tegen een uitspraak op een bezwaar tegen een (navorderings)aanslag IB/PVV juist wél beroep openstaat.
“Betreft: Uitspraak op het bezwaarschrift”. Daarnaast is de brief voorzien van een motivering, een cijfermatige uitwerking
“Dit had € 17.517 moeten zijn”en eindigt de inspecteur de brief met een beslissing
“Ik kom geheel tegemoet aan uw bezwaar”.Voorts schrijft de inspecteur in de brief
“Kortom het bezwaar is nu afgehandeld met alle gegevens zoals in de eerste ingediende aangifte en het bezwaarschrift”.Naar het oordeel van het Hof kan de brief van 22 december 2014 redelijkerwijs niet anders worden opgevat dan dat de inspecteur met deze brief onmiskenbaar te kennen geeft op het bezwaar te beslissen en daarbij – mede door zijn verwijzing naar de aan belanghebbende reeds toegezonden verminderingsbeschikking van 10 december 2014 – de elementen van de aanslag vermeldt die in verband daarmee worden gewijzigd (vgl. HR 8 maart 2002, nr. 36.382, ECLI:NL:HR:2002:AE3822, BNB 2002/274, r.o. 3.2). De inhoud en de vorm van deze brief laten naar het oordeel van het Hof dan ook redelijkerwijs geen andere conclusie toe dan dat geschrift moet worden aangemerkt als de uitspraak op het bezwaar als bedoeld in artikel 26c AWR.
6.Proceskosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.984; en
- gelast dat de inspecteur aan belanghebbende het door haar ter zake van de behandeling van het beroep bij de rechtbank en het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van (€ 45 + € 123 =) € 168 vergoedt.