ECLI:NL:GHAMS:2015:4080
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing terugbetaling douanerechten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Belanghebbende heeft een verzoek ingediend tot terugbetaling van €1.304.910,43 aan douanerechten, gebaseerd op artikel 239 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW). Na afwijzing door de inspecteur en de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
De zaak betreft invoer van knoflook uit China die als gedroogde knoflook werd aangegeven, terwijl de inspecteur stelde dat het verse knoflook betrof, met hogere invoerrechten. De douane voerde controles uit na een anonieme tip, waarbij belanghebbende niet altijd aanwezig was bij monstername. Belanghebbende stelde dat sprake was van bijzondere omstandigheden die terugbetaling rechtvaardigen, waaronder fouten van de douaneautoriteiten en onduidelijkheid over de goederencode.
Het Hof oordeelde dat de gestelde bijzondere omstandigheden niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 239 CDW Pro. De vergissingen van de douane vallen onder artikel 236 CDW Pro en niet onder artikel 239. Ook de weigering om aangiften buiten werking te stellen en het optreden van de ontvanger zijn volgens het Hof niet relevant voor terugbetaling. De onduidelijkheid over de classificatie van de knoflook geldt niet als bijzondere situatie, omdat belanghebbende niet in een uitzonderlijke positie verkeerde ten opzichte van andere marktdeelnemers.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er worden geen kosten aan de wederpartij toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terugbetaling van douanerechten wordt afgewezen.