Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
4. Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, exploitant van meerdere seksinrichtingen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2006 tot en met 2009. De inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde deze beslissing en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de naheffingsaanslag niet was ontvangen, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend of dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Het hof oordeelde dat het vermoeden van ontvangst van de aanslag op het adres van belanghebbende door de inspecteur niet voldoende was onderbouwd, nu belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de ontvangst redelijkerwijs betwijfeld moest worden. De inspecteur had geen aanvullend bewijs geleverd.
Het hof stelde vast dat de termijn voor het indienen van het bezwaar daardoor niet overschreden was en verklaarde het bezwaar ontvankelijk. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de inspecteur opgedragen opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, en wijst de zaak terug naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing.