Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Koopcontract
bedrijfsinventariszoals onder meer omschreven in de (door [...]) opgestelde lijst, die is opgenomen als
bijlage 1;
het klanten- en relatiebestand (bijlage 2) Niet van toepassing
als vermeld inbijlage 6.
Voorzover van toepassing deorderportefeuilleals omschreven op de lijst die is overgelegd alsbijlage 7;
devoorradenals bedoeld op de lijst die is overgelegd alsbijlage 8welkevoorraad bij partijen genoegzaam bekend is en waarvan zij geen nadere omschrijving verlangen
contractenwaar mogelijk gespecificeerd in
bijlage 9;
vergunningenals vermeld op de lijst, die is opgenomen als
bijlage 10; volledige vergunningen
duurovereenkomstenbetrekking hebbend op de onderneming, zoals (onder)huur en optierechten en verzekerings- en arbeidsovereenkomsten als vermeld op de lijst die is opgenomen als
bijlage 11.
bijlage 12) van de door de koper over te nemen werknemers. De overgang van de werknemers wordt beheerst door de artikelen 7:662 e.v. BW, welke bepalingen zien op de wettelijke regeling voor werknemers ter zake de overgang van onderneming. (…)
Verkoper garandeert zowel voor zichzelf als voor zijn rechtsvoorganger zich jegens koper om vanaf de overdrachtsdatum gedurende een periode van 3 jaar zich te onthouden van:
iedere concurrerende activiteit binnen [locatie 1] respectievelijk iedere activiteit waarvan redelijkerwijs verondersteld kan worden dat deze schadelijk kan zijn voor koper;
het in dienst nemen of tewerkstellen van werknemers die in de daaraan voorafgaande periode werkzaam zijn geweest binnen de onderneming;
het op welke wijze dan ook benaderen van klanten c.q. relaties behorende tot de onderneming;
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
doorhalingvan de tekst van het non-concurrentiebeding niet van toepassing is, op een onjuiste interpretatie van de inhoud van de contracten berust. Bedoeld zou zijn dat de doorgehaalde
tekstniet van toepassing zou zijn. De handgeschreven toevoeging is er ten overvloede bijgeschreven, aldus belanghebbende. Ook dit betoog kan belanghebbende niet baten. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat het non-concurrentiebeding niet van toepassing is, zoals belanghebbende bepleit, leidt dit - gelet op hetgeen onder 4.5.3 is overwogen - nog niet tot de gevolgtrekking dat de onderneming niet is gestaakt.