ECLI:NL:HR:1997:AA3289
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt staking onderneming en weigert vervangingsreserve bij verkoop snackbar en aankoop ander horecabedrijf
Belanghebbende exploiteerde tot april 1988 de snackbar "A" en verkocht deze vervolgens voor ƒ 375.000,--. Daarna kocht hij een ander horecapand met snackbar en café, welke hij deels verpachtte en deels exploiteerde. De Inspecteur stelde dat belanghebbende zijn onderneming geheel had gestaakt en dat geen vervangingsreserve kon worden gevormd over de boekwinst van de verkoop van "A".
Het Hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat sprake was van staking van de onderneming, mede vanwege verschillen in aard van de exploitatie, klantenkring en locatie tussen de oude en nieuwe onderneming. Belanghebbende voerde aan dat sprake was van bedrijfsverplaatsing en dat de vervangingsreserve wel van toepassing moest zijn, maar dit werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de beoordeling van feitelijke omstandigheden in cassatie niet kan worden getoetst. Ook het beroep op ongelijke behandeling met besloten vennootschappen faalde omdat de belastingstelsels verschillen. Het cassatieberoep werd verworpen en de uitspraak van het Hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; belanghebbende heeft zijn onderneming gestaakt en kan geen vervangingsreserve vormen.