ECLI:NL:HR:2002:AD9103
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over staken onderneming en vervangingsreserve inkomstenbelasting
Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteerden een café-restaurant in een schouwburg en beëindigden deze exploitatie per 30 juni 1996. De inventaris en goodwill werden overgedragen aan de gemeente, en de exploitatie werd voortgezet door een andere partij. De vennootschap onder firma bleef echter bestaan. De Inspecteur stelde dat de onderneming was gestaakt en voegde de vervangingsreserve toe aan de belastbare winst.
Het hof oordeelde dat belanghebbende haar onderneming niet had gestaakt omdat zij op zoek was naar een vergelijkbare horecagelegenheid om de exploitatie voort te zetten, en stelde de aanslag op nihil. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat uit de feiten volgt dat de onderneming wel degelijk is gestaakt, waardoor geen vervangingsreserve kan worden gevormd.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling van het subsidiaire standpunt van belanghebbende. Er wordt geen veroordeling in proceskosten uitgesproken; het verwijzingshof zal beoordelen of vergoeding van proceskosten aan belanghebbende toekomt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over de staken onderneming en vervangingsreserve.