ECLI:NL:HR:2010:BL5638
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Toerekening waarde ondergrond en onbebouwde grond verzorgingshuis aan woondelen voor onroerendezaakbelasting
Belanghebbende, gebruiker van een verzorgingshuis te Z, kreeg voor 2006 een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd door de gemeente Deventer. Na bezwaar en beroep werd de aanslag verminderd door de heffingsambtenaar en rechtbank, maar het hof vernietigde deze uitspraak en beperkte de vermindering. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van het college en het incidentele beroep van belanghebbende.
In geschil is de wijze van toerekening van de waarde van de ondergrond en omliggende onbebouwde grond aan de woondelen van het verzorgingshuis. Het hof maakte onderscheid tussen projectiegrond en overige grond en rekende slechts een deel van de grond toe aan woondoeleinden. De Hoge Raad oordeelt dat de ondergrond onlosmakelijk verbonden is met de opstal en daarom naar evenredigheid van de waarde van de woondelen moet worden toegerekend.
Daarnaast stelt de Hoge Raad dat het onbebouwde deel van het perceel als regel in dezelfde mate dienstbaar is aan de opstal en dus aan de woondoeleinden, tenzij bijzondere omstandigheden dat anders maken. Omdat de woondelen minder dan 70% van de opstal uitmaken, is de omliggende onbebouwde grond in beginsel niet hoofdzakelijk dienstbaar aan woondoeleinden. Het hof heeft dit onjuist beoordeeld, waardoor het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wijst het incidentele beroep van belanghebbende af en laat de kostenveroordeling aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.