ECLI:NL:GHAMS:2011:BV2559
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van tussentijds hoger beroep tegen tussenvonnis ex art. 843a Rv
In deze civiele zaak stond de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen een tussenvonnis ex artikel 843a Rv centraal. Het hof overwoog dat tussentijds hoger beroep tegen tussenuitspraken in beginsel niet openstaat zonder rechterlijk verlof, om fragmentatie en vertraging in de procedure te voorkomen.
De appellant had niet tijdig verlof gevraagd noch gekregen om tussentijds hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 18 augustus 2010. Hierdoor werd hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep werd niet behandeld omdat de ontvankelijkheid in het principaal hoger beroep ontbrak.
Verder werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, waarbij het hof de kosten begrootte op € 3.180,15 aan advocaatkosten en € 314,- griffierecht. Het arrest werd gewezen door de tweede civiele kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 13 december 2011.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het tussenvonnis ex art. 843a Rv en veroordeeld in de proceskosten.