ECLI:NL:GHAMS:2011:BV1791
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling integrale proceskostenvergoeding na verplaatsing melkveehouderij en intrekking hoger beroep
Belanghebbende, een melkveehouderijondernemer, verhuisde in 2005 haar bedrijf van Nederland naar Duitsland. De centrale vraag was of de onderneming ondanks deze verplaatsing wezenlijk dezelfde identiteit behield, wat fiscale gevolgen had voor de belastingaanslagen over 2004. Na diverse procedures, waaronder een vernietiging door de Hoge Raad en verwijzing naar het Gerechtshof Amsterdam, stond in hoger beroep na verwijzing alleen nog de vergoeding van proceskosten in geschil.
Het Hof stelde vast dat de onderneming op de nieuwe locatie een melkveehouderij bleef met vergelijkbare bedrijfsmiddelen en vee, maar dat de groei, afstand en afnemer wezenlijke veranderingen vormden. Het Hof vond dat het eerdere oordeel dat de onderneming haar identiteit verloor onvoldoende gemotiveerd was en verwees de zaak terug.
De inspecteur trok het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in, waarna het Hof oordeelde dat de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende veroordeeld moet worden. De inspecteur stelde dat geen wettelijke regeling bestond voor kostenveroordeling bij intrekking hoger beroep, maar het Hof verwees naar jurisprudentie die dit wel mogelijk maakt.
Het Hof wees een integrale proceskostenvergoeding af omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een afwijking van de forfaitaire normering rechtvaardigen. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van € 2.576 aan proceskosten en griffierecht van € 428. De uitspraak werd op 3 november 2011 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De inspecteur is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 2.576 en griffierecht van € 428 aan belanghebbende.