ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7387
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgplicht werkgever bij RSI-klachten door beeldschermwerk
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de RSI-klachten van appellante zijn veroorzaakt door haar werkzaamheden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en of SVB aan haar zorgplicht heeft voldaan. Het hof bevestigde dat appellante haar werkzaamheden onder schadelijke omstandigheden heeft verricht, zoals langdurig beeldschermwerk, een slecht verstelbare stoel en hoge werkdruk. Een deskundige stelde met 75% waarschijnlijkheid vast dat deze arbeidsomstandigheden de oorzaak zijn van de RSI-klachten.
Het hof volgde de deskundige en verwierp de kritiek van SVB op de waarde van het deskundigenbericht. Tevens paste het hof de bewijslastverdeling toe zoals neergelegd in eerdere arresten, waarbij bij aannemelijk maken van schadelijke omstandigheden en gezondheidsklachten het oorzakelijk verband wordt aangenomen tenzij de werkgever kan aantonen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan.
SVB voerde aan dat artikel 7:658 lid 4 BW Pro niet van toepassing zou zijn, maar het hof bleef bij de toepassing van deze regeling en de reflexwerking ervan op onrechtmatige daad vorderingen. Het hof verwees de zaak naar de rol voor verdere memoriewisseling over de vraag of SVB aan haar zorgplicht heeft voldaan en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het oorzakelijk verband tussen arbeidsomstandigheden en RSI-klachten is gegeven, tenzij SVB bewijst dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan; verdere behandeling wordt aangehouden.