ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0535
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Evenwichtige en redelijke leeftijdskorting op nabestaandenpensioen bij groot leeftijdsverschil
In deze zaak staat de rechtmatigheid van een leeftijdskorting op het nabestaandenpensioen centraal, toegepast door Pensioenfonds ING vanwege een leeftijdsverschil van circa 23,5 jaar tussen de deelnemer en zijn weduwe. [Appellante], weduwe van de deelnemer, betwist de korting en vordert betaling van een hogere overlijdensuitkering zonder toepassing van deze korting.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de overlijdensuitkering geheel aan [appellante] toekomt en dat de korting op het weduwenpensioen gerechtvaardigd is. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de leeftijdskorting een objectief gerechtvaardigd doel dient, namelijk het beperken van de solidariteit binnen het collectieve pensioenfonds, om het draagvlak te behouden.
Het hof benadrukt dat de korting indirect onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen, maar dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Alternatieve maatregelen zoals afbouwregelingen zijn minder geschikt en eveneens indirect discriminerend. Ook wordt bevestigd dat de overlijdensuitkering niet verdeeld moet worden tussen weduwe en gewezen echtgenote, conform het pensioenreglement en de Pensioen- en Spaarfondsenwet.
Uiteindelijk worden alle grieven van [appellante] verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, waarbij de leeftijdskorting als evenwichtig en noodzakelijk middel wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en handhaaft de leeftijdskorting als evenwichtig en noodzakelijk middel.