Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, geboren in 1992, heeft een aanvraag ingediend voor vergoeding van de aanschaf en opleiding van een hulphond op grond van de Wmo 2015 vanwege psychische en lichamelijke beperkingen.
Het college wees de aanvraag af, wat door de rechtbank werd vernietigd met het oordeel dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen en de maatwerkvoorziening moest verstrekken. De rechtbank oordeelde dat de huidige ambulante begeleiding onvoldoende was en dat een hulphond de meest passende oplossing bood.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het college niet gehouden is de maatwerkvoorziening te verstrekken, omdat niet is aangetoond dat de hulphond de enige passende voorziening is. De Raad benadrukt dat de wetgever bewust heeft gekozen bepaalde hulphonden niet te vergoeden onder de Zorgverzekeringswet, en dat de Wmo 2015 deze afbakening niet mag doorkruisen.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Betrokkene krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor vergoeding van een hulphond wordt afgewezen.