Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, bekend met psychische klachten en beperkingen in zelfredzaamheid en participatie, vroeg vergoeding voor aanschaf en opleiding van een hulphond op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag af omdat de hulphond niet onder de Wmo valt en onvoldoende toegevoegde waarde bood. De rechtbank bevestigde dit besluit en wees op de bewuste keuze in de Zorgverzekeringswet (Zvw) om dergelijke kosten niet te vergoeden.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het college geen zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de jurisprudentie herzien moest worden. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, het medisch advies van Oreon betrouwbaar, en dat de afbakening tussen Wmo 2015 en Zvw correct werd toegepast. De Raad benadrukte dat het college bevoegd maar niet verplicht is een hulphond te vergoeden, tenzij zeer uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval was.
Verder behandelde de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale procedure duurde ruim zes jaar, wat de redelijke termijn overschreed. De rechtbank had reeds een schadevergoeding toegekend, en de Raad wees een aanvullend verzoek af. Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bleef in stand en appellanten kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de vergoeding voor de hulphond blijft in stand.