ECLI:NL:CRVB:2026:436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging AOW-pensioen en boete wegens niet-melden werkzaamheden in Spanje
Appellant ontving vanaf april 2011 het maximale AOW-pensioen, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat hij van maart 2001 tot juni 2010 in Spanje als zelfstandige werkte en daardoor niet verzekerd was voor de AOW in Nederland. Dit leidde tot een verlaging van het pensioen en terugvordering van te veel ontvangen bedragen.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij ook in Nederland had gewerkt en gewoond, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond en legde ook een boete op wegens schending van de mededelingsplicht. De Raad bevestigt deze uitspraken en oordeelt dat de Svb terecht heeft gehandeld.
De Raad licht toe dat de Svb de nieuwe beleidsregels omtrent dringende redenen en evenredigheid toepast, maar dat in deze zaak geen dringende redenen zijn om af te zien van herziening, terugvordering of boete. De boete is proportioneel vastgesteld op 50% van het benadelingsbedrag. Het hoger beroep wordt verworpen en de kosten worden appellant opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van het AOW-pensioen, de terugvordering en de boete worden bevestigd omdat appellant niet heeft aangetoond in Nederland te hebben gewerkt naast zijn werkzaamheden in Spanje.