ECLI:NL:CRVB:2026:264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens laattijdige indiening bezwaarschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding
Appellante had tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Elburg bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die haar beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens laattijdige indiening.
De Raad beoordeelde of de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Appellante voerde aan dat zij door psychische problemen, stress en financiële problemen niet tijdig beroep kon instellen en dat zij onvoldoende tijd had om zich op de zitting voor te bereiden. De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om tijdig beroep in te stellen en dat de overschrijding van drie maanden niet verschoonbaar was.
De Raad stelde vast dat de door appellante overgelegde medische verklaring onvoldoende concreet was om te concluderen dat zij door psychisch onvermogen niet eerder beroep kon instellen of hulp kon vragen. Ook het druk zijn met andere zaken en financiële problemen rechtvaardigen geen verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wees het hoger beroep af. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare laattijdige indiening.