Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens panhypopituïtarisme en de gevolgen daarvan. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij tussen haar 18e verjaardag en vijf jaar daarna arbeidsvermogen had, ondanks haar beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering van de uitkering ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door haar aandoening en de risico's van Addisoncrises niet over basale werknemersvaardigheden beschikte en niet duurzaam arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelde dat het UWV op goede gronden had vastgesteld dat appellante in de relevante periode wel degelijk over arbeidsvermogen beschikte, onder meer op basis van haar afgeronde opleidingen en parttime werkervaring.
De Raad volgde de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die concludeerden dat appellante in staat was tot arbeidsparticipatie zonder intensief toezicht. Het hoger beroep werd verworpen, de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante tussen haar 18e en 23e jaar over arbeidsvermogen beschikte.