In deze zaak heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering. Na een tussenuitspraak van de Raad is het UWV tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant en heeft het op 30 oktober 2025 een nieuwe beslissing genomen waarbij aan appellant per 27 juni 2020 een IVA-uitkering is toegekend.
Appellant heeft vervolgens hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing, maar de Raad verklaart dit beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, aangezien het UWV volledig aan de bezwaren tegemoet is gekomen. Appellant heeft zich bovendien akkoord verklaard met de toekenning van de IVA-uitkering.
De Raad beoordeelt ook de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De totale duur van de procedure vanaf het bezwaarschrift tot het tegemoetkomende besluit bedroeg ruim vijf jaar, wat een overschrijding van ruim vijftien maanden betekent. De Raad kent daarom een schadevergoeding toe van € 1.500,-. Daarnaast worden proceskosten toegekend aan appellant en wordt het griffierecht vergoed.
De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van procesbelang leidt tot niet-ontvankelijkheid van hoger beroep en benadrukt de toepassing van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures.