ECLI:NL:CRVB:2025:969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens extreem laag waterverbruik en niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellante ontvangt sinds 2009 bijstand en stond vanaf 2013 ingeschreven op een adres in Woensdrecht. Naar aanleiding van een anonieme melding over overlast startte het college een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij onder meer het waterverbruik, gas- en elektraverbruik en afvalinzameling werden onderzocht. Het waterverbruik op het uitkeringsadres was extreem laag (zes m³), wat volgens vaste rechtspraak de vooronderstelling rechtvaardigt dat appellante daar niet haar hoofdverblijf had.
Appellante stelde dat haar watermeter defect was en dat het college onzorgvuldig had gehandeld, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het college stelde dat de watermeter op 1 juli 2022 functioneerde en dat ook andere onderzoeksbevindingen het lage verbruik bevestigden. Daarnaast erkende het college fouten in een andere periode, maar deze betroffen niet de intrekking en terugvordering in deze zaak.
De Raad oordeelde dat het college de bewijslast had voldaan en appellante de vooronderstelling niet had ontkracht. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, mede omdat appellante onvoldoende inzicht gaf in haar medische problemen. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de intrekking en terugvordering van de bijstand in stand bleven.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.