Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat de vraag centraal of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht heeft geweigerd WW-uitkeringen toe te kennen aan werknemers van een betonproducent wegens onwerkbaar weer door vorst.
De rechtbank had de weigeringen vernietigd omdat zij oordeelde dat de betrokken werknemers, die grotendeels binnen werkten, niet onder artikel 18 van Pro de WW vielen en dat het Uwv het gelijkheidsbeginsel onvoldoende had gemotiveerd. Het Uwv en de werkgever gingen in hoger beroep.
De Raad stelt dat de werkgever belanghebbende is bij de weigering vanwege de financiële gevolgen van loondoorbetalingsverplichtingen. De Raad bevestigt dat twee werknemers die ziek waren geen aanspraak hebben op de uitkering omdat zij niet werkloos zijn in de zin van de WW.
De Raad nuanceert eerdere rechtspraak door te stellen dat ook werknemers die hun werkzaamheden gedeeltelijk binnen verrichten onder bijzondere omstandigheden aanspraak kunnen maken op de uitkering, mits de werkloosheid uitsluitend door vorst wordt veroorzaakt. In deze zaak is aannemelijk dat de vorst de aanvoer en verwerking van grondstoffen blokkeerde, waardoor het werk niet kon doorgaan.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart de beroepen van de zieke werknemers ongegrond en die van de overige betrokkenen gegrond, en draagt het Uwv op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het Uwv veroordeeld in de proceskosten van de werkgever.
Uitkomst: De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart de beroepen van twee zieke werknemers ongegrond en die van de overige betrokkenen gegrond, en draagt het Uwv op nieuwe besluiten te nemen.