Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
Bijlage: relevante wettelijke bepalingen
NOW-1
B voor de constante B zoals berekend op grond van het eerste lid;
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een horecaonderneming, vroeg een NOW-1 subsidie aan met een geschat omzetverlies van 100% voor maart tot en met mei 2020. De minister verleende een voorschot, maar stelde later de definitieve subsidie lager vast op basis van een daadwerkelijk omzetverlies van 89% en een lagere loonsom dan in januari 2020. Appellante werd verplicht het teveel betaalde voorschot terug te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de minister terecht uitging van de loongegevens die aan de Belastingdienst zijn doorgegeven en dat de subsidieperiode correct was vastgesteld. Appellante voerde aan dat de NOW-1 regeling geen maatwerk bood en dat de terugvordering een onevenredig nadeel opleverde, mede vanwege het gebruik van oproepkrachten in de horeca.
De Raad oordeelt dat de minister de subsidie correct heeft berekend volgens de wettelijke bepalingen en dat appellante geen recht heeft op een andere meetperiode. Ook is er geen sprake van een inbreuk op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, omdat appellante geen gerechtvaardigde verwachting had op het hogere voorschotbedrag. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de lagere vaststelling van de NOW-1 subsidie en de terugvordering van het teveel betaalde voorschot.