ECLI:NL:CRVB:2025:620
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens te lang verblijf buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellant verbleef van 25 februari tot 17 maart 2022 te lang in het buitenland, waardoor hij op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet geen recht had op bijstand. Hij voerde aan dat zijn verblijf werd veroorzaakt door een acute noodsituatie vanwege hartklachten en de coronapandemie, ondersteund door een Franse artsenverklaring.
De rechtbank stelde vast dat de coronapandemie en reisbeperkingen weliswaar een overmachtssituatie vormden, maar dat dit niet volstond als zeer dringende reden in de zin van artikel 16 van Pro de Participatiewet. De verklaring van de Franse arts was in het Frans en gaf onvoldoende duidelijkheid over de ernst van de situatie, waardoor niet aannemelijk werd gemaakt dat sprake was van een schrijnende situatie.
Appellant kon via derden in zijn levensonderhoud voorzien en zijn vaste lasten in Nederland liepen door, maar dat maakte bijstand niet onvermijdelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de terugvordering en uitsluiting van bijstand gehandhaafd blijven. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.