Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds mei 2019 bijstand en exploiteerde zonder melding een hennepkwekerij in zijn woning. Na ontdekking op 13 december 2021 werd de bijstand geblokkeerd en over een periode van zeven weken ingetrokken en teruggevorderd. Het college stelde dat appellant de inlichtingenverplichting schond door de kwekerij niet te melden, ongeacht het ontbreken van inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat appellant de activiteiten had moeten melden. Het ontbreken van administratie en concrete gegevens maakt het onmogelijk het recht op bijstand vast te stellen.
Appellant voerde aan dat hij uit de kwekerij geen inkomsten had en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, waaronder zijn kwetsbaarheid en het stopzetten van de huur. De Raad verwierp deze gronden, benadrukkend dat terugvordering verplicht is bij schending van de inlichtingenverplichting, tenzij dringende redenen worden aangetoond, wat appellant niet aannemelijk maakte.
Het college hield rekening met de beslagvrije voet bij invordering en appellant betaalt maandelijks terug. De Raad concludeert dat de intrekking en terugvordering terecht zijn en dat appellant geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand wegens niet-melding van de hennepkwekerij worden bevestigd.