ECLI:NL:CRVB:2018:2332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- A. Stehouwer
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden onroerend goed in Suriname
Appellant ontving sinds 2009 een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO-aanvulling) van de Sociale verzekeringsbank (Svb). In een steekproefonderzoek kwam naar voren dat appellant mede-eigenaar was van een woning in Suriname, wat niet was gemeld aan de Svb. De waarde van het onroerend goed bedroeg circa €101.960.
De Svb trok de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde de ontvangen bedragen terug. Appellant maakte bezwaar, stellende dat hij zich niet bewust was van het mede-eigendom omdat hij in 2003 een afstandsverklaring had getekend en de woningkosten door zijn ex-echtgenote werden betaald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat hij het onroerend goed moest melden. Zijn onwetendheid was onvoldoende om de schending van de inlichtingenplicht te rechtvaardigen. Tegen de terugvordering voerde appellant geen zelfstandige gronden meer aan. De intrekking en terugvordering bleven daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling en terugvordering worden bevestigd wegens niet melden van onroerend goed.