Appellant ontving bijstand sinds december 2017. Na ontdekking van een hennepkwekerij in zijn woning in september 2018 startte het college een onderzoek en stopte de bijstand. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug over de periode december 2017 tot oktober 2018. Appellant voerde aan dat er geen eerdere oogst was geweest en hij geen inkomsten had genoten.
De Raad beoordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat er minstens één oogst was geweest en dat werkzaamheden met geldwaarde waren verricht vanaf mei 2018. De intrekking en terugvordering over de periode vanaf die datum is gerechtvaardigd, maar niet over de periode daarvoor. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand over de gehele periode.
De Raad vernietigde het besluit voor het deel van 20 december 2017 tot 3 mei 2018 en herroept het eerdere besluit over die periode. Het college moet een nieuwe berekening maken voor de terugvordering vanaf 3 mei 2018. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.