Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant werkte sinds 2013 bij een werkgever en meldde zich in januari 2020 ziek. Het UWV legde een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever, die later ten onrechte werd bekort. Appellant vorderde schadevergoeding wegens het onrechtmatig bekorten van deze loonsanctie, inclusief niet-uitbetaalde vakantie-uren en kosten juridische bijstand.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor gemist loon en wettelijke rente, maar wees de vergoeding voor niet-opgenomen vakantie-uren, kosten juridische bijstand en immateriële schade af. Appellant ging in hoger beroep tegen deze afwijzingen.
De Raad oordeelt dat het UWV aansprakelijk is en dat appellant recht heeft op een aanvullende schadevergoeding van €124,67 voor niet-uitbetaalde vakantie-uren en de bijbehorende wettelijke rente. De overige vorderingen, waaronder kosten juridische bijstand en immateriële schadevergoeding, worden afgewezen. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak bevestigt daarmee grotendeels het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van de aanvullende vergoeding voor vakantie-uren en rente.
Uitkomst: Appellant krijgt een aanvullende schadevergoeding van €124,67 voor niet-uitbetaalde vakantie-uren en wettelijke rente, met verder bevestiging van de rechtbankuitspraak.